ECLI:NL:RBZWB:2025:8153

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/02/441052 / FA RK 25-5389
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1997, wegens een psychische stoornis. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, zijn vader en een ambulant zorgverlener werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.

Betrokkene betwistte het bestaan van een psychische stoornis en het ernstig nadeel dat daaraan verbonden zou zijn. Hij gaf aan dat het gedrag in de stukken was overdreven en dat hij vrijwillig medicatie gebruikte. De ambulant zorgverlener bevestigde echter de psychotische kwetsbaarheid en het risico op ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, en benadrukte de noodzaak van verplichte zorg.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel. Er is geen sprake van een minder bezwarend alternatief omdat betrokkene de stoornis ontkent en niet vrijwillig meewerkt aan behandeling. Daarom werd een zorgmachtiging verleend voor zes maanden, met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname bij decompensatie. Het verzoek werd voor overige zorgvormen afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen voor betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441052 / FA RK 25-5389
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] , [adres] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 oktober 2025;
  • de van de advocaat van betrokkene op 27 oktober 2025 ontvangen pleitnota, met
producties.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon] , ambulant zorgverlener VIP-team.
Tevens was aanwezig:
- de vader van betrokkene.
1.3.
De officier is, zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek, niet op de mondelinge behandeling verschenen en is dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 21 oktober 2025.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij van zijn vader heeft begrepen dat gedurende de periode voorafgaand aan de crisismaatregel hij onrustiger gedrag ging vertonen en er regelmatig conflicten waren tussen hem en zijn ouders. Ook zou er een handgemeen hebben plaats gevonden tussen hem en zijn broer en vader. Dit voorval is in de stukken sterk overdreven; hij raakte met zijn broer in discussie, waarop zijn broer een aanvallende houding aannam. Daarop reageerde hij vervolgens door een schijnbeweging te maken. Zijn broer heeft aan deze actie geen letsel overgehouden.
Betrokkene vervolgt dat het momenteel relatief goed met hem gaat. Wel heeft hij nog last van een wisselend slaapritme. Hij heeft ernstige bezwaren tegen de verzochte zorgmachtiging. Dit heeft hem doen besluiten om zelf, via zijn advocaat, een pleitnota in te dienen, waarin hij zijn inhoudelijk-juridische bezwaren ten aanzien van het verzoek gemotiveerd heeft toegelicht. Verder acht hij relevant dat hij consequent de hem voorgeschreven medicatie gebruikt, te weten Lorazepam en Aripiprazol. Bovendien is er een zorgplan opgesteld, waaraan door hem geen medewerking is verleend en waarin onvoldoende tijd is geïnvesteerd. Verder is de informatie over het aantal psychoses, waarvan sprake zou zijn geweest onjuist en wordt in de stukken op onder meer culturele aspecten verband houdende met zijn persoonlijke situatie niet ingegaan. Gevoelsmatig heeft de werkwijze van de GGZ op hem een stigmatiserende uitwerking gehad. Als voorbeeld daarvan benoemt hij dat hij daardoor in het verleden meermalen zijn baan kwijt is geraakt. De psychisch/maatschappelijke schade die daardoor bij hem is aangericht is niet reparabel, aldus betrokkene.
4.2.
De ambulant zorgverlener VIP zorgteam brengt naar voren dat betrokkene sinds afgelopen week rustiger is in het contact. Ook ziet hij in die zin een veranderd toestands-beeld in die zin dat de grote achterdocht en desorganisatie, waarvan aanvankelijk sprake was, meer op de achtergrond zijn geraakt. Betrokkene is in het verleden meermalen - tegen de gegeven adviezen in - gestopt met medicatie gebruik. Gezien werd dat zijn toestandsbeeld verbeterde, zodra hij opnieuw op medicatie werd ingesteld. Bij betrokkene is ook op dit moment nog sprake van psychotische kwetsbaarheid. Daarom dient hij de hem voorgeschreven medicatie consequent te blijven gebruiken. Dat betrokkene momenteel herstellende is neemt niet weg dat hij nog steeds een andere opvatting heeft met betrekking tot de medicatie die hem is voorgeschreven. Daarvan uitgaande ziet hij geen mogelijkheden om de behandeling, gericht op verdere stabilisatie in een vrijwillig kader te laten plaats vinden. Hij kan daarom achter de verzochte zorgmachtiging staan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid in geval van klinische opname, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en opname in geval van decompensatie.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt zich tegen het verzoek wenst te verweren. Dit verweer ziet op een drietal aspecten, te weten (a) er is onvoldoende onderzoek gedaan op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat bij hem van een schizofreniespectrum of een daarmee vergelijkbare stoornis sprake is. Zelf betwist betrokkene dat bij hem sprake is van een psychische stoornis of van psychotische kwetsbaarheid in welke vorm dan ook; (b) er is geen sprake van het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Betrokkene heeft dit ter zitting zelf al op enkele punten toegelicht. Daaruit moge blijken dat het ernstig nadeel in de stukken sterk overdreven is weergegeven en om nuancering vraagt. Daaraan dient nog te worden toegevoegd dat cliënt weliswaar lid is van een schietvereniging, zij het op dit moment niet actief en dat hij thuis ook geen wapen heeft; (c) er is sprake van een minder bezwarend alternatief, aangezien betrokkene bereid is de hem voorgeschreven medicatie in een vrijwillig kader te (blijven) gebruiken. Een verplicht kader is ook gelet op de grote weerstand die betrokkene daartegen heeft niet wenselijk. Alles bij elkaar maakt dit dat hij zich namens betrokkene op het standpunt stelt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De enkele ontkenning van betrokkene dat bij hem van een psychische stoornis sprake is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
5.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan betrokkene meent, gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, nadat hij enige tijd geleden
- in strijd met het advies van zijn behandelaar - was gestopt met medicatiegebruik, in september 2025 psychotisch is gedecompenseerd. Er ontstonden daardoor gevaarlijke situaties, omdat betrokkene door zijn gedrag regelmatig in conflict kwam met zijn ouders en zijn broer, er daarbij door hem fysiek geweld werd gebruikt en betrokkene in psychotische toestand rond reed in zijn auto. Uit de mondelinge toelichting van zijn behandelaar blijkt dat betrokkene op dit moment de hem voorgeschreven medicatie weer consequent gebruikt en dit ervoor heeft gezorgd dat hij herstellende is. Echter betekent dit volgens zijn behandelaar niet dat daarmee de kans op herhaling van het ernstig nadeel, als hiervóór beschreven, voldoende is geweken, nu betrokkene nog steeds psychotisch kwetsbaar is. Bovendien denkt betrokkene daar zelf anders over, hij is van mening dat er bij hem van een psychische stoornis geen sprake is. Deze laatste mening deelt de rechtbank dus niet.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene laat duidelijk blijken dat hij vindt dat bij hem van een psychische stoornis geen sprake is. Gelet daarop kan er naar het oordeel van de rechtbank niet op worden vertrouwd dat bij betrokkene sprake is van voldoende intrinsieke motivatie om aan de hem voorgeschreven zorg, waaronder meer specifiek medicatie toediening, consequent te blijven meewerken indien die in een vrijwillig kader wordt geboden. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid in geval van opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie in geval van decompensatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 11 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.