Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie vanwege een katatoon-mutistisch toestandsbeeld, waarbij sprake is van ernstig nadeel en levensgevaar. Na het overlijden van zijn zus vertoonde betrokkene obsessief gedrag en kon hij niet meer werken. De opname en behandeling zijn gericht op het opheffen van het katatoon-mutistisch toestandsbeeld, onder meer door medicatie en mogelijke ECT.
De rechtbank hield een zitting met gesloten deuren waarbij betrokkene niet reageerde. De psychiater en verpleegkundige bevestigden de noodzaak van verplichte zorg, waaronder vocht- en voedingstoediening via infuus, medicatie via injecties, bewegingsbeperking en opname. De advocaat kon geen standpunt namens betrokkene innemen maar vond het verzoek juridisch toelaatbaar.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis en dat de crisismaatregel noodzakelijk is. Minder bezwarende alternatieven ontbreken, en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met afwijzing van overige verzoeken.