Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1951, in een behandelcentrum voor de duur van zes maanden. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil het liefst terugkeren naar huis of naar een woonzorgappartement, terwijl de specialist ouderengeneeskunde en dochters van betrokkene het belang van opname onderschrijven vanwege haar depressieve stoornis en cognitieve problematiek.
De rechtbank heeft de medische verklaring van een onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde als betrouwbaar beoordeeld en concludeert dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die gelijkgesteld kan worden aan een psychogeriatrische aandoening. Het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, mede door haar diabetes en verstoorde zelfzorg.
De rechtbank acht opname en verblijf noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen en constateert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde effect bereiken. De deskundigheid en 24-uurs begeleiding in het behandelcentrum kunnen niet ambulant of in een woonzorgappartement worden geboden. Daarom verleent de rechtbank de machtiging tot en met 30 april 2026.