Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon] , casemanager dementie;
- de echtgenote van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1948, voor de duur van zes maanden. Betrokkene ontkende geheugen- en oriëntatieproblemen en wilde niet uit zijn huis worden opgenomen, mede vanwege zijn werkzaamheden. Zijn echtgenote en casemanager dementie bevestigden echter een geleidelijke achteruitgang en ernstige overbelasting van de echtgenote.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals de casemanager dementie en de echtgenote. De casemanager bracht naar voren dat betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurodegeneratieve stoornis met vergeetachtigheid en desoriëntatie, en dat hij niet zelfstandig kan functioneren. Ambulante thuiszorg en dagbesteding werden geprobeerd, maar betrokkene stond hier nauwelijks voor open.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank verleende daarom de machtiging voor zes maanden, tot 30 april 2026, ondanks het verzet van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens psychogeriatrische aandoening en ernstig nadeel.