Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 september 2025;
- het stelbericht van mr. Van Vliet van 2 oktober 2025;
- het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 29 oktober 2025;
- het bericht met bijlagen van mr. Van Vliet van 3 november 2025;
- de pleitnotities van mr. Van Vliet, ter zitting overhandigd.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.Het standpunt van belanghebbenden
6.De beoordeling
Daarnaastdient er in de komende periode aandacht zijn voor de volgende doelen:
De kinderrechter betrekt daarin dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de situatie rondom de woonplaats van de vader. Hoewel hij ingeschreven staat op een adres in [plaats 1] , is gebleken dat de gemeente hiernaar een onderzoek heeft gestart. De vader verklaart tijdens de zitting dat de woning in [plaats 1] te koop staat en hij ook elders een andere woning heeft. De vader zegt in [plaats 1] te wonen en geeft het adres van zijn andere woning niet prijs. De moeder trekt de stelling van de vader over zijn woonplaats in twijfel. De kinderrechter geeft de vader – en de GI – mee dat de moeder in beginsel, als gezaghebbende ouder, op de hoogte dient te zijn waar [minderjarige] verblijft. De kinderrechter verwacht dat hier in de komende periode duidelijkheid over komt en wenst de uitkomst daarvan de monitoren. De GI heeft hierin een coördinerende taak.
Daarnaast wordt de zaak aangehouden om te bezien of en op welke manier het contact tussen de moeder en [minderjarige] verder vormgegeven gaat worden en of er contact kan komen tussen [minderjarige] en [persoon] . Voor beide contacten geldt het belang van een voorzichtige opbouw. Tot slot wenst de kinderrechter een oog in het zeil te houden ten aanzien van het ouderschapstraject.
uiterlijk op 9 april 2026 PRO FORMAin een schriftelijk verslag, onder gelijktijdige verzending daarvan aan de vader en de advocaat van de moeder, informeert over de actuele stand van zaken ten aanzien van:
De advocaat van de moederzal alsdan in
7.De beslissing
9 april 2026 PRO FORMA, in afwachting van het schriftelijk verslag van de GI, zoals weergegeven in rechtsoverweging 6.11;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.