ECLI:NL:RBZWB:2025:8209

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
25/5209 AVG VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake toegang jeugdhulpdossier en Caretake-app

Op 18 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout. Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening, waarbij hij het college wilde verplichten om hem als vader met gezag toegang te geven tot het jeugdhulpdossier en de Caretake-app van zijn zoon. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting beoordeeld, omdat het kennelijk ongegrond was. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dit mogelijk.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er geen sprake is van 'onverwijlde spoed' zoals vereist in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Verzoeker stelde dat het uitsluiten van informatie uit het jeugdhulpdossier en de Caretake-app schade zou toebrengen aan de ouder-kindrelatie, maar dit werd niet voldoende onderbouwd. De griffier had verzoeker eerder verzocht om het spoedeisend belang nader toe te lichten, maar verzoeker heeft hierop niet adequaat gereageerd. De voorzieningenrechter concludeert dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van onverwijlde spoed en wijst het verzoek af.

De uitspraak is openbaar gemaakt en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5209

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout(college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om het college te verplichten haar regierol te vervullen en om hem als vader met gezag toegang te geven tot het jeugdhulpdossier en de Caretake-app van zijn zoon [naam].
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed", in de zin van een acute noodsituatie, dat vereist.
3. In het verzoekschrift van 13 oktober 2025 stelt verzoeker dat sprake is van spoed omdat het uitgesloten zijn van informatie uit het jeugdhulpdossier en de Caretake-app directe en blijvende schade aan de ouder-kindrelatie en de wettelijke positie als gezaghebbend ouder veroorzaakt. Hiermee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter nog niet onderbouwd dat dit gestelde belang als spoedeisend moet worden gekwalificeerd. De griffier heeft verzoeker vervolgens bij brief van 15 oktober 2025 verzocht om binnen een week nadien het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening nader toe te lichten.
3.1.
Verzoeker heeft op 20 oktober 2025 telefonisch contact opgenomen met de griffier. Verzoeker gaf aan de brief van 15 oktober 2025 pas op 20 oktober 2025 te hebben ontvangen. Verzoeker zegde toe zijn toelichting per e-mail naar de griffier te zullen sturen, om overschrijding van de gestelde reactietermijn te voorkomen.
3.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat van verzoeker geen antwoord is ontvangen op de vraag wat zijn spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Weliswaar heeft verzoeker de griffier op 9 november 2025 een brief toegestuurd, maar dit betreft een reactie op het verweerschrift van het college. In die brief is wel vermeld dat er belang is bij de procedure vanwege het feit dat zijn ex-partner een procedure tot eenhoofdig gezag is gestart. Het enkele feit dat er een procedure zou lopen is echter onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen en dat van hem niet kan worden verlangd dat hij de bezwaarprocedure afwacht.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
4.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.