ECLI:NL:RBZWB:2025:8235
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorziening kinderalimentatie zonder terugwerkende kracht
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 november 2025 het verzoek van de man tot wijziging van de voorlopige voorziening inzake kinderalimentatie, vastgesteld bij beschikking van 13 oktober 2023. De man vroeg de bijdrage te verlagen naar nihil met ingang van 3 juni 2024, omdat hij arbeidsongeschikt is geraakt en een WIA-uitkering ontvangt.
Partijen erkenden dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden ex artikel 824 lid 2 Rv Pro. De rechtbank stelde vast dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek, maar oordeelde dat de wijziging niet met terugwerkende kracht kon ingaan. De rechtbank wees erop dat de man pas ruim een jaar na de inkomenswijziging een verzoek had ingediend en dat dit risico voor zijn rekening kwam.
De behoefte van de minderjarige werd vastgesteld op €614 per maand. De draagkracht van de ouders werd berekend op basis van het huidige inkomen: de vrouw had een draagkracht van €25 per maand en de man eveneens €25 per maand. Gezien het gezamenlijke draagkrachttekort en de zorgkorting van 35% werd de bijdrage van de man vastgesteld op €25 per maand, ingaand op 10 oktober 2025, de datum van het verzoek.
Uitkomst: De voorlopige kinderalimentatie wordt gewijzigd naar €25 per maand met ingang van 10 oktober 2025 zonder terugwerkende kracht.