ECLI:NL:RBZWB:2025:8253

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
10258362 \ MB VERZ 22-1149
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijkheid gedraging

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Tilburg op 11 februari 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden, onder meer omdat de locatie geen groenstrook is zoals vermeld in de feitcode en jurisprudentie. De officier van justitie vroeg een aanvullend proces-verbaal op, maar leverde dit niet aan.

De kantonrechter hield de zaak eerder aan om onduidelijkheden weg te nemen, maar de officier van justitie maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Hierdoor was onvoldoende grond om aan te nemen dat de gedraging had plaatsgevonden. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete vernietigd.

Daarnaast werd betrokkene het bedrag dat als zekerheid was betaald terugbetaald en werd een proceskostenvergoeding van €1.392,25 toegekend wegens de procedure bij de kantonrechter en eerdere hoorzittingen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verkeersboete vernietigd met toekenning van proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10258362 \ MB VERZ 22-1149
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is eerder behandeld op de zitting van 18 maart 2024. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak toen aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal in te dienen, waarin de verbalisant een toelichting geeft op de vraag of er sprake is van een door de gemeente aangelegde groenstrook en daarbij bovendien ingaat op het verweer van betrokkene.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C4, eenrichtingsweg) op de Brucknerlaan te Tilburg op 11 februari 2022 om 13:57 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde voert hiertoe aan dat er geen sprake is van een groenstrook, park of plantsoen. De locatie waar de gedraging is verricht betreft geen versiering of verfraaiing van een groenstrook, terwijl hier volgens gemachtigde wel sprake van moet zijn gelet op de feitcode en de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden. Ook zou voor een gemiddelde weggebruiker onvoldoende duidelijk zijn dat dit een groenstrook zou betreffen, nu het als parkeerhaven gebruikt wordt. Verder is deze groenstrook, park of plantsoen niet aangelegd door de gemeente, waardoor de feitcode niet van toepassing kan zijn. De locatie zou als berm moeten worden aangediend. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, aangezien er een aanvullend proces-verbaal is opgevraagd maar hier niet op is gereageerd. De onduidelijkheden zijn niet weggenomen. Omdat het een zaak uit 2021 betreft, heeft het geen zin om de zaak nogmaals aan te houden.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter heeft op de eerste zitting de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen waarin de eerdergenoemde onduidelijkheden worden weggenomen.
Van deze gelegenheid heeft de officier van justitie geen gebruik gemaakt. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht.
Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
€ 1.392,25

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.392,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: