ECLI:NL:RBZWB:2025:8255

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
11062911 \ MB VERZ 24-585
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet-verzekerd motorrijtuig

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 29 maart 2023. Betrokkene stelde dat het voertuig een project was, gedemonteerd in de garage stond, en dat de schorsing per abuis niet tijdig was verlengd. Tevens ontving betrokkene geen herinnering van de RDW.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter behandelde het beroep op 12 september 2025. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond, maar matigde de boete met 50% omdat het voertuig niet op de openbare weg kon worden gebruikt. Daarnaast werd de boete nogmaals met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling.

De uiteindelijke boete werd vastgesteld op €150, exclusief administratiekosten, en de officier van justitie werd opgedragen een teveel betaalde zekerheidstelling van €75 terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €150 vanwege bijzondere omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11062911 \ MB VERZ 24-585
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden geconstateerd door de RDW op 29 maart 2023 om 17:02 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is door omstandigheden helaas vergeten de schorsing van het voertuig op tijd te verlengen. Het voertuig is een project en staat gedemonteerd in de garage. De schorsing liep af op 1 maart 2023 en is op 2 april 2023 weer geschorst. De RDW zou na 28 dagen dat er geen verzekering is, een herinnering moeten sturen, maar betrokkene heeft deze niet ontvangen. De boete voor het te laat schorsen van het voertuig heeft betrokkene al voldaan. Betrokkene heeft alle schorsingsdocumenten en een foto van het voertuig meegezonden met het beroepschrift.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete met 50% te matigen vanwege de omstandigheden. Daarnaast dient de boete nogmaals met 25% gematigd te worden omdat de redelijke termijn is overschreden. Aannemelijk is geworden dat met het voertuig niet op de openbare weg gereden had kunnen worden.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat het voertuig in een staat verkeerde waarmee niet op de openbare weg gereden had kunnen worden. De boete zal met 50% worden gematigd naar € 200, exclusief administratiekosten.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete van € 200, nogmaals matigen met 25% naar € 150, (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 150, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 75, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: