Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 29 maart 2023. Betrokkene stelde dat het voertuig een project was, gedemonteerd in de garage stond, en dat de schorsing per abuis niet tijdig was verlengd. Tevens ontving betrokkene geen herinnering van de RDW.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter behandelde het beroep op 12 september 2025. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond, maar matigde de boete met 50% omdat het voertuig niet op de openbare weg kon worden gebruikt. Daarnaast werd de boete nogmaals met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling.
De uiteindelijke boete werd vastgesteld op €150, exclusief administratiekosten, en de officier van justitie werd opgedragen een teveel betaalde zekerheidstelling van €75 terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €150 vanwege bijzondere omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.