Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] SP. Z O. O.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met 8 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde dat het voertuig was verhuurd aan een derde en dat hij daarom niet verantwoordelijk was voor de overtreding.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde van een geldige huurovereenkomst en dat de boete terecht aan hem als kentekenhouder was opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met zes maanden was overschreden.
Op grond van deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 12 september 2025 in Tilburg, waarbij betrokkene niet aanwezig was. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar de aansprakelijkheid van betrokkene als kentekenhouder blijft bestaan.