Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] SP. Z O. O.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden met 8 km per uur te hard op de N260 buiten de bebouwde kom te Tilburg op 9 juli 2023. De boete werd opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Betrokkene stelde dat het voertuig was verhuurd en dat de huurder verantwoordelijk was, maar kon dit niet met een geldige huurovereenkomst bewijzen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht aan betrokkene was opgelegd omdat de uitzondering voor bedrijfsmatige verhuur niet was aangetoond. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de boete op 22 juli 2023 werd opgelegd en de procedure op 12 september 2025 werd behandeld.
Daarom werd de boete met 25% gematigd, waarbij het te veel betaalde bedrag van €14,50 aan betrokkene moest worden terugbetaald. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete vastgesteld op €43,50 plus €9 administratiekosten. Betrokkene werd niet gehoord op de zitting.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.