Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Na verkoop van het voertuig aan een derde uit België, die het voertuig niet op zijn naam heeft gezet, ontstonden betalingsachterstanden en verhogingen van de boete. Betrokkene stuurde aanmaningen door naar de koper en voerde aan dat de verhogingen onterecht zijn omdat hij niet verantwoordelijk is voor de niet-betaling door de koper.
De rechtbank stelt vast dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig ten tijde van de overtreding op naam van betrokkene stond. Wel acht de rechtbank de verhogingen onredelijk vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder het nalaten van het vragen van een vrijwaringsbewijs en het onrechtmatig handelen van de koper.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet gedeeltelijk gegrond, kwijtscheldt de verhogingen en wijzigt het verschuldigde bedrag naar de oorspronkelijke boete van € 499,- inclusief administratiekosten. Betrokkene dient dit bedrag binnen acht weken te betalen.
Uitkomst: Verzet tegen verhogingen van de verkeersboete gedeeltelijk gegrond verklaard en verhogingen kwijtgescholden.