ECLI:NL:RBZWB:2025:8268

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
11714389 \ MZ VERZ 25-3
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet-verzekerd voertuig na verkoop

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Na verkoop van het voertuig aan een derde uit België, die het voertuig niet op zijn naam heeft gezet, ontstonden betalingsachterstanden en verhogingen van de boete. Betrokkene stuurde aanmaningen door naar de koper en voerde aan dat de verhogingen onterecht zijn omdat hij niet verantwoordelijk is voor de niet-betaling door de koper.

De rechtbank stelt vast dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig ten tijde van de overtreding op naam van betrokkene stond. Wel acht de rechtbank de verhogingen onredelijk vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder het nalaten van het vragen van een vrijwaringsbewijs en het onrechtmatig handelen van de koper.

Daarom verklaart de rechtbank het verzet gedeeltelijk gegrond, kwijtscheldt de verhogingen en wijzigt het verschuldigde bedrag naar de oorspronkelijke boete van € 499,- inclusief administratiekosten. Betrokkene dient dit bedrag binnen acht weken te betalen.

Uitkomst: Verzet tegen verhogingen van de verkeersboete gedeeltelijk gegrond verklaard en verhogingen kwijtgescholden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11714389 \ MZ VERZ 25-3
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 12 september 2025
Uitspraak op een verzetschrift als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd op grond van de Wahv. Omdat betrokkene de verhogingen daarvan niet heeft betaald, is door de officier van justitie van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een dwangbevel uitgevaardigd. Betrokkene heeft bij verzetschrift, ingekomen op 19 mei 2025, verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van dit dwangbevel.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens het CJIB is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Inhoud van het verzetschrift

Het verzetschrift is gericht tegen het dwangbevel van 16 april 2025, waarin wordt bevolen dat een verschuldigd bedrag van (in totaal) € 1.692,07 op betrokkene wordt verhaald. De boete bedraagt € 499,- inclusief administratiekosten voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig.

Standpunten

Betrokkene heeft aangevoerd dat het voertuig altijd verzekerd is geweest. Het voertuig is echter verkocht aan een persoon uit België ( [persoon] te [plaats] ). De binnengekomen aanmaningen zijn naar deze persoon doorgestuurd door betrokkene zodat hij deze kon betalen. Echter blijkt dat deze nog steeds niet betaald zijn en er een deurwaarder op is gezet door het CJIB. Betrokkene heeft naar het CJIB gebeld, die betrokkene gelijk geven, maar niets meer kunnen doen omdat de zaak uit handen is gegeven. De boete is in eerste instantie € 490,- maar na enkele maanden is het € 2.025,- geworden. Betrokkene is het hier niet mee eens. Het besluit dat de bus na overdracht niet meer verzekerd was is terecht, waarmee betrokkene akkoord gaat. Het bedrag dat verdrievoudigd wordt slaat nergens op. Betrokkene geeft aan niet beter te weten dan dat [persoon] dit zou gaan betalen.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de bus van zijn naam af moest gaan omdat het voertuig destijds verkocht was. De koper heeft blijkbaar op betrokkene zijn naam gereden en het voertuig niet overgeschreven. Na de eerste aanmaning heeft betrokkene dit doorgezet aan de koper, waarna hij aangaf dat hij erachteraan zou gaan. Dat is echter niet gebeurd, waarna er weer een verhoging kwam. De koper zei dat hij zou gaan betalen. Het gaat betrokkene om de verhogingen, de boete is terecht, maar de verhogingen niet.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de overtreding op naam van betrokkene stond, waardoor hij aansprakelijk is voor de boete. Dat iemand anders in het voertuig reed doet er niet toe, aangezien het een overtreding op kenteken betreft. Dat staat ook niet ter discussie. De verhogingen zijn hoog, maar zijn door wetgeving bepaald, waardoor de zittingsvertegenwoordiger hier niets aan kan doen. Deze zaak komt tevens niet voor een uitzondering in aanmerking. Betrokkene is het niet eens met de boete en had in beroep kunnen gaan bij de officier van justitie. Dat is niet gebeurd. Verzocht wordt om het verzetschrift ongegrond te verklaren.
Betrokkene heeft gereageerd geen invloed te hebben gehad op de situatie. De koper had aangegeven dat hij alles in orde zou maken en dat is niet gebeurd. De situatie is op goed vertrouwen ontstaan, terwijl beter gelijk bij verkoop een vrijwaringsbewijs had moeten worden gevraagd.

Overwegingen

De kantonrechter overweegt als volgt.
Een dwangbevel als bedoeld in artikel 26 WAHV Pro kan pas rechtsgeldig worden uitgevaardigd als de beschikking waarbij de administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) is opgelegd, onherroepelijk is geworden. Daar is hier sprake van.
De kantonrechter is van oordeel dat de boete terecht is opgelegd, wat overigens ook door betrokkene niet wordt betwist. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om de verhogingen kwijt te schelden. Daarbij zijn de door betrokkene ter zitting aangevoerde omstandigheden van belang. Hoewel door het nalaten van het vragen van een vrijwaringsbewijs de omstandigheden onnodig zijn ontstaan, ontstaat naar het oordeel van de kantonrechter een bijzondere hardheid als de verhogingen voor rekening van betrokkene worden gelaten nu deze mede zijn ontstaan door het onrechtmatig handelen van een derde.
Gelet hierop zal het verzet gedeeltelijk gegrond worden verklaard. Het verschuldigde bedrag zal worden aangepast naar € 499,- waarbij binnen een termijn van acht weken door betrokkene betaald dient te worden.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het verzet gedeeltelijk gegrond;
‒ bepaalt dat de verhogingen worden kwijtgescholden;
‒ wijzigt het verschuldigde bedrag naar € 490, plus € 9 administratiekosten en veroordeelt betrokkene tot de betaling hiervan binnen een termijn van acht weken.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 2 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: