Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 25 november 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Arbeidsdeskundige beoordelingen door het UWV
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, voormalig manager in de horeca, is sinds 2020 arbeidsongeschikt en ontvangt een WIA-uitkering. Hij betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 62,73% en voert aan dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan erkend.
De rechtbank beoordeelt de medische rapporten van het UWV en het Expertise Instituut. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV heeft op basis van psychische en fysieke klachten beperkingen vastgesteld, waaronder een urenbeperking van maximaal zes uur per dag. De aanvullende beperkingen en een strengere urenbeperking voorgesteld door de door eiser ingeschakelde verzekeringsarts zijn onvoldoende onderbouwd en gebaseerd op subjectieve beleving.
Ook de arbeidsdeskundige functies die het UWV heeft gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid worden door de rechtbank als passend beoordeeld. De rechtbank concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt ongegrond verklaard.