ECLI:NL:RBZWB:2025:8283

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
C/02/441572 KG ZA 25-577 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Weide
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:303 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vorderingen toegang en rioolaansluiting recreatiepark Parc de Kievit

De zaak betreft een geschil tussen eigenaren van recreatiewoningen op Parc de Kievit en de beheerders Exploitatie en Onroerend Goed over de toegang tot percelen en aansluiting op het rioolnetwerk. Na het faillissement van de beheerder Parc de Kievit Beheer BV is Exploitatie aangewezen als nieuwe beheerder. Exploitatie blokkeerde toegangspassen en sloot rioolaansluitingen af, wat leidde tot vorderingen van eigenaren en de belangenvereniging.

De belangenvereniging werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan eigen belang en volmacht, maar eigenaren traden zelfstandig op. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang en onvoldoende bewijs van herstel door Exploitatie. De blokkades werden als onrechtmatig en disproportioneel beoordeeld, bedoeld om druk uit te oefenen voor nieuwe parklastenovereenkomsten.

De rechtbank veroordeelde Exploitatie en Onroerend Goed tot het activeren van toegangspassen, het herstellen en handhaven van rioolaansluitingen en nutsvoorzieningen, met dwangsommen bij niet-naleving. De vordering van Exploitatie tot verbod op onjuiste mededelingen door de belangenvereniging werd afgewezen vanwege te ruime formulering en inbreuk op vrijheid van meningsuiting. Proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst.

Uitkomst: Vorderingen tot activering toegangspassen en herstel rioolaansluiting worden toegewezen met dwangsommen, vordering verbod onjuiste mededelingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/441572 / KG ZA 25-577
Vonnis in kort geding van 26 november 2025
in de zaak van
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
BELANGENVERENIGING PARC DE KIEVIT,
2.
[eiser 2],
3.
[eiseres 3],
4.
[eiser 4],
5.
[eiseres 5],
[plaats 1] ,
eisende partijen in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna samen te noemen: Belangenvereniging c.s. en afzonderlijk Belangenvereniging, eiser sub 2, eiseres sub 3, eiser sub 4 en eiseres sub 5,
advocaat: mr. D.N. Reijnders,
tegen

1.[persoon 1] ,

wonende te [plaats 2] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARC DE KIEVIT EXPLOITATIE B.V.,
gevestigd te Baarle-Nassau,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARC DE KIEVIT ONROEREND GOED BV,
gevestigd te Baarle-Nassau,
gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: (in mannelijk enkelvoud) [exploitatie en onroerend goed] c.s. en afzonderlijk te noemen: [persoon 1] , Exploitatie en Onroerend Goed,
advocaat: mr. M.J.G. Pennings.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de conceptdagvaarding met producties 1 tot en met 27, die op 7 november 2025 door de rechtbank is ontvangen;
  • de namens de Belangenvereniging c.s. toegezonden aanvullende producties 28 tot en met 31;
  • de brief van mr. M.J.G. Pennings van 7 november 2025 waarin hij aangeeft dat [exploitatie en onroerend goed] c.s. vrijwillig zal verschijnen bij de mondelinge behandeling op 12 november 2025;
  • de door [exploitatie en onroerend goed] c.s. ingediende eis in reconventie;
  • de door [exploitatie en onroerend goed] c.s. ingediende producties 1 tot en met 43;
1.2.
Op 12 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij [exploitatie en onroerend goed] c.s. vrijwillig is verschenen. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met het kort geding met zaak/rolnummer C/02/441512 / KG ZA 25-570 van mevrouw [persoon 2] tegen Onroerend Goed. De advocaten van de Belangenvereniging c.s. en [exploitatie en onroerend goed] c.s. hebben pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

2.De feiten in conventie en in reconventie

2.1.
Parc de Kievit (hierna: het park) is een recreatiepark in Baarle-Nassau waar zich meer dan 500 recreatiewoningen bevinden.
2.2.
Eiser sub 2 is eigenaar van het perceel met recreatiewoning op het park aan [adres] , kadastraal bekend als [kadastrale gegevens 1] .
2.3.
Eiseres sub 3 is eigenaresse van het perceel met recreatiewoning op het park aan [adres] , kadastraal bekend als [kadastrale gegevens 2] .
2.4.
Eiser sub 4 is eigenaar van het perceel met recreatiewoning op het park aan [adres] , kadastraal bekend als [kadastrale gegevens 3] .
2.5.
Eiseres sub 5 is eigenaresse van het perceel met recreatiewoning op het park aan [adres] , kadastraal bekend als [kadastrale gegevens 1] .
2.6.
De Belangenvereniging behartigt de belangen van bewoners van het park die lid zijn.
2.7.
Onroerend Goed is eigenaar van percelen van het park waarop zich wegen en centrale voorzieningen (zoals het receptiegebouw, het zwembad, sportaccommodaties, groenvoorzieningen en parkeerplaatsen en speelvoorzieningen) bevinden. [persoon 1] is indirect bestuurder van Onroerend Goed.
2.8.
Er zijn erfdienstbaarheden van weg en riolering gevestigd op percelen van Onroerend Goed (dienend erf) ten gunste van onder meer de percelen van eisers sub 2 tot en met 5 (heersend erf).
2.9.
De erfdienstbaarheid van weg houdt in de praktijk in dat met een pas de twee aanwezige slagbomen geopend kunnen worden om zo van de woningen naar de openbare weg te kunnen of, omgekeerd, vanaf de openbare weg naar de woningen op het park te kunnen. Zonder slagboompasje is het niet mogelijk om gebruik te maken van de erfdienstbaarheid van weg met een voertuig. Voor elk perceel zijn twee slagboompassen ter beschikking gesteld.
2.10.
Bij de eigendomsverkrijging zijn de eigenaren op grond van een kettingbeding elk afzonderlijk een parklastenovereenkomsten aangegaan met Parc de Kievit Beheer BV (hierna: Beheer) die door Onroerend Goed was aangewezen als beheerder van het park. De parklastenovereenkomst ziet op gebruik van centrale voorzieningen (zoals gebruik van gas, water en licht dat via een collectief net van Onroerend Goed loopt) tegen betaling.
2.11.
Op 17 juni 2025 is Beheer failliet verklaard. Onroerend Goed heeft na dat faillissement Exploitatie als dochtervennootschap aangewezen als nieuwe beheerder.
2.12.
Exploitatie en een groot aantal van de eigenaren van recreatiewoningen in het park zijn er niet in geslaagd een nieuwe parklastenovereenkomst aan te gaan. Exploitatie stelt zich op het standpunt dat de parklastenovereenkomsten die indertijd zijn gesloten geen lonende overeenkomsten meer zijn. Eigenaren stellen zich op het standpunt dat in de voorgelegde nieuwe parklastenovereenkomst sprake is van onredelijke verhogingen.
2.13.
Op 3 november 2025 heeft Exploitatie de slagboompasjes van meerdere eigenaren van recreatiewoningen in het park, waaronder eisers sub 2 tot en met 5, geblokkeerd waardoor zij hun percelen niet met voertuigen kunnen bereiken. Daarnaast heeft Exploitatie de rioolpijp van onder meer de percelen van eisers sub 2 tot en met 5 afgesloten waardoor zij geen werkende rioolaansluiting hebben.
2.14.
Bij brief van 11 november 2025 heeft de advocaat van [exploitatie en onroerend goed] c.s. aan de voorzieningenrechter bericht dat de riolering van eigenaren weer is aangesloten en dat de blokkering van de slagboompassen is opgeheven.

3.Het geschil in conventie

3.1.
De Belangenvereniging c.s. vordert:
I. [exploitatie en onroerend goed] c.s. te veroordelen om binnen 2 uur na betekening van het te wijzen vonnis de toegangspassen van de Belangenvereniging c.s. en de andere eigenaren van de woningen op het park te activeren en geactiveerd te houden, in die zin dat de slagboom hiermee kan worden geopend en de woningen met de auto te bereiken zijn en de Belangenvereniging c.s. weer hun recht van erfdienstbaarheid kunnen uitoefenen;
II. [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per niet geactiveerde slagboompas aan de Belangenvereniging c.s. voor iedere dag dat aan het onder I gevorderde niet wordt voldaan;
III. [exploitatie en onroerend goed] c.s. te bevelen om ervoor zorg te dragen dat binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de percelen van de Belangenvereniging c.s. en de andere percelen op het park weer op het rioolnetwerk zijn aangesloten en aangesloten blijven;
IV. [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per perceel aan de Belangenvereniging c.s. voor iedere dag dat aan het onder III gevorderde niet wordt voldaan;
V. [exploitatie en onroerend goed] c.s. te bevelen dat de woningen aangesloten blijven op water en elektra, tenzij in rechte anders wordt geoordeeld;
VI. [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 aan de Belangenvereniging c.s. voor iedere dag dat ieder perceel niet aangesloten blijft;
VII. [exploitatie en onroerend goed] te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder nasalaris.
3.2.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. voert verweer. [exploitatie en onroerend goed] c.s. concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de Belangenvereniging c.s., mede vanwege het ontbreken van spoedeisend belang, met veroordeling van de Belangenvereniging c.s. in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.Het geschil in reconventie

4.1.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. vordert:
I. de Belangenvereniging te verbieden tot het doen van onjuiste en negatieve mededelingen over [persoon 1] , Onroerend Goed en Exploitatie alsmede om haar leden op basis van onjuiste en onvolledige informatie te adviseren niet de door de curator opgestelde parklastenovereenkomst met bijbehorend huishoudelijk reglement en Bewoners Participatieprotocol aan te gaan met Exploitatie op straffe van een dwangsom;
II. de Belangenvereniging te veroordelen in de kosten van de procedure.
4.2.
De Belangenvereniging voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [exploitatie en onroerend goed] c.s. en veroordeling van [exploitatie en onroerend goed] c.s. in de kosten van de procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Belangenvereniging ontvankelijk?
5.1.
De Belangenvereniging heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat zij bij de vorderingen een eigen belang heeft in de zin van artikel 3:303 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). De Belangenvereniging is geen eigenaar of huurder van een perceel op het park. Uit de vorderingen en stellingen van de Belangenvereniging c.s. blijkt dat de vorderingen zijn ingesteld ten behoeve van de leden van de Belangenvereniging. Maar de Belangenvereniging heeft geen volmachten overgelegd van leden waaruit volgt dat zij toestemming heeft in eigen naam (en bij wijze van lastgeving) namens de leden het kort geding in te stellen. De Belangenvereniging zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen. Wel wordt ervan uitgegaan dat de Belangenvereniging mede namens eisers sub 2 tot en met 5 – die in eigen naam optreden – is verschenen.
Toetsingskader
5.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of eisers sub 2 tot en met 5 ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang hebben. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
5.3.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. betwist dat eisers sub 2 tot en met 5 een spoedeisend belang hebben bij de vorderingen omdat de slagboompassen zijn gedeblokkeerd en de riolering van de percelen weer is aangesloten. Als reactie hierop hebben eisers sub 2 tot en met 5 aangegeven vanwege de korte termijn voor de zitting waarop dit bericht is gegeven, nog niet te kunnen hebben verifiëren of de passen weer werken en of de riolering weer is aangesloten. Omdat [exploitatie en onroerend goed] c.s. geen onderbouwing heeft gegeven van het gestelde herstel en daarnaast ook blijvend toegang en aansluiting op de riolering is gevorderd wegens vrees voor opnieuw afsluiten gaat de voorzieningenrechter uit van spoedeisend belang van eisers sub 2 tot en met 5 bij hun vorderingen.
Vorderingen
5.4.
Eisers sub 2 tot en met 5 leggen aan hun vorderingen recht van erfdienstbaarheden ten grondslag die ten behoeve van hun percelen en ten laste van Onroerend Goed zijn gevestigd. Eisers sub 2 tot en met 5 stellen dat [exploitatie en onroerend goed] c.s. er voor zorg dient te dragen dat Exploitatie de erfdienstbaarheden respecteert en eerbiedigt en dat daar niet aan wordt voldaan met afsluiting van de toegang naar het park en afsluiting van de riolering.
5.5.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. maakt geen bezwaar tegen de vorderingen onder I, III en V, maar voert aan dat inmiddels voldaan is aan de vorderingen tot activering van de slagboompassen en herstel van de rioolaansluiting.
5.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [exploitatie en onroerend goed] c.s. onvoldoende onderbouwd heeft dat de slagboompassen weer toegang geven en dat de rioolaansluitingen zijn hersteld. [exploitatie en onroerend goed] c.s. heeft geen bewijsstuk van herstel overgelegd, hetgeen gezien de betwisting van eisers sub 2 tot en met 5 wel op zijn weg had gelegen, zeker nu de mededelingen daarover pas daags voor de zitting zijn gedaan. Hierdoor kan er voorshands niet vanuit worden gegaan dat de slagboompassen weer toegang geven en de rioolaansluitingen van eisers sub 2 tot en met 5 geheel zijn hersteld. Eisers sub 2 tot en met 5 hebben ook recht en belang bij blijvende toegang en het aangesloten blijven op de riolering en elektra- en watervoorziening. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat de vorderingen jegens [exploitatie en onroerend goed] privé toewijsbaar zijn omdat hij degene is die als bestuurder feitelijk opdracht gaf voor afsluiting en zijn handelen namens Exploitatie is te kwalificeren als onrechtmatig handelen waarvoor hij persoonlijk aansprakelijk is. De vorderingen zijn jegens Onroerend Goed toewijsbaar omdat zij eigenaar is van het dienend erf dat overpad en aansluiting op de riolering dient toe te staan. Daarnaast zijn de vorderingen jegens Exploitatie toewijsbaar omdat zij via [exploitatie en onroerend goed] tot blokkering van de pasjes en afsluiting van de riolering is overgegaan. Indien mocht blijken dat er inderdaad al aan de vorderingen is voldaan, dan zijn de veroordelingen niet bezwarend voor [exploitatie en onroerend goed] c.s.
5.7.
De voorzieningenrechter merkt nog het volgende op. [exploitatie en onroerend goed] c.s. beroept zich op afsluiting wegens onbetaald gelaten nutsvoorzieningen en het niet verstrekken van gegevens. Voor zover daar sprake van mocht zijn, rechtvaardigt dat hier niet het zo zware middel van afsluiting van basisvoorzieningen. Te meer omdat Exploitatie, zoals eisers sub 2 tot en met 5 aanvoeren, nog maar kort het beheer van het park voert en daarmee geen sprake is van een substantiële achterstand.
5.8.
De gang van zaken heeft er de schijn van dat tot het afsluiten van het recht van overpad en de riolering is overgegaan om druk uit te oefenen op eisers sub 2 tot en met 5 om in te stemmen met een nieuwe parklastenovereenkomst. Deze afsluitingen zijn een disproportioneel drukmiddel.
Dwangsommen
5.9.
Eisers sub 2 tot en met 5 vorderen dwangsommen bij de vorderingen en stellen dat de dwangsommen nodig zijn om [exploitatie en onroerend goed] c.s. te laten te voldoen aan de veroordelingen en het [exploitatie en onroerend goed] c.s. anders niet zal beletten dit weer te doen.
5.10.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. maakt bezwaar tegen de dwangsommen omdat de belemmeringen zijn weggenomen doordat vrije toegang wordt verschaft en de riolering is hersteld. Het opleggen van dwangsommen is daarom niet nodig volgens [exploitatie en onroerend goed] c.s. en daarnaast vreest [exploitatie en onroerend goed] c.s. voor executiegeschillen omdat er storingen aan de slagboom kunnen voorkomen waar hij niets aan kan doen.
5.11.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat er aanleiding is voor oplegging van dwangsommen. [exploitatie en onroerend goed] c.s. heeft onrechtmatig gehandeld door het (laten) deactiveren van de toegangspassen en het afsluiten van het riool. Dit zijn ingrijpende maatregelen die inbreuk maken op de zakelijke erfdienstbaarheden en [exploitatie en onroerend goed] c.s. heeft lange tijd volhard in het standpunt te mogen afsluiten. Niet uitgesloten kan daarom worden dat [exploitatie en onroerend goed] c.s. bij escalatie en de nog steeds gespannen verhoudingen in de verleiding komt tot soortgelijk gedrag. Hier geldt ook dat als [exploitatie en onroerend goed] c.s. zich houdt aan de verboden er ook geen gevaar is op het verbeuren van dwangsommen.
5.12.
Ten aanzien van het door [exploitatie en onroerend goed] c.s. gedane beroep op storingen van de slagboom geldt dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er vaak storingen voorkomen aan de slagbomen en daar dan gerechtvaardigde vrees voor is. Bovendien, indien er zich storingen mochten voordoen aan de slagboom dan lost zich dat op in een executiegeschil.
5.13.
De gevorderde hoofdelijke veroordeling tot betaling van dwangsommen zal worden toegewezen, in die zin dat de gevorderde dwangsommen onder II, IV en VI allen worden gematigd tot € 500,00 per dag, steeds met een maximum van € 50.000,00.
Proceskosten
5.14.
De Belangenvereniging wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [exploitatie en onroerend goed] c.s. veroordeeld. Die kosten worden begroot op nihil omdat niet is gebleken dat [exploitatie en onroerend goed] c.s. door de vorderingen namens de Belangenvereniging voor dit kort geding extra kosten heeft moeten maken.
5.15.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. is jegens eisers sub 2 tot en met 5 in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van eisers sub 2 tot en met 5 worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
Totaal
1.821,00
5.16.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. zal daarnaast worden veroordeeld tot betaling van de nakosten, zoals in de beslissing is vermeld.

6.De beoordeling in reconventie

6.1.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. legt aan zijn vordering ten grondslag dat de Belangenvereniging onjuiste mededelingen doet over de voorgelegde parklastenovereenkomst en haar leden daarover onjuist worden geïnformeerd waardoor wordt bijgedragen aan een sfeer van wantrouwen.
6.2.
De Belangenvereniging betwist de vordering. Zij voert aan dat de vordering zodanig ruim en vaag is dat deze in de praktijk niet uitvoerbaar is. Het belang van rechtszekerheid en proportionaliteit verzet zich ertegen een zo ruim geformuleerd verbod toe te wijzen omdat het kan worden ingezet om haar te belemmeren in het vervullen van haar wettelijke en statutaire taak: het vertegenwoordigen van haar leden en het vrijelijk uiten van standpunten die hun gemeenschappelijke belangen raken.
6.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de Belangenvereniging zich in haar adviesrol dient te onthouden van onjuiste mededelingen. Van de Belangenvereniging mag verlangd worden dat zij zich vergewist van de juistheid van de feitelijke informatie die zij verstrekt en zeker wanneer die gebruikt wordt als motivering in negatief advies aan de aangesloten leden. De vordering van [exploitatie en onroerend goed] c.s. is echter zo ruim geredigeerd dat dit aanleiding geeft tot interpretatiekwesties en dus executiegeschillen. Bovendien kan niet iedere onjuistheid, hoe vervelend ook, aanleiding geven tot een verbod. Wat zich hier voordoet is een lang traject van correspondentie over en weer tussen de Belangenvereniging, de curator, individuele bewoners en vennootschappen van [persoon 1] waarbij zij elkaar over weer betichten van onredelijke standpunten en niet constructief handelen. De strekking van het gevorderde verbod is zo ruim en vaag dat het een veel te forse inbreuk zal maken op de vrijheid van meningsuiting en daarom niet gerechtvaardigd is. Het effect daarvan zou al snel zijn dat de Belangenvereniging in verre mate de mond gesnoerd wordt uit angst het vage verbod te overtreden. Dat zou een onrechtvaardige inbreuk op de vrijheid van meningsuiting opleveren. De vordering zal daarom worden afgewezen.
6.4.
[exploitatie en onroerend goed] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van de Belangenvereniging worden begroot op € 715,00 aan salaris advocaat. De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.

7.De beslissing

De voorzieningenrechter
In conventie
7.1.
verklaart de Belangenvereniging niet ontvankelijk in haar vorderingen,
7.2.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. om binnen 2 uur na betekening van dit vonnis de toegangspassen van eisers sub 2 tot en met 5 op het park te activeren en geactiveerd te houden, in die zin dat de slagboom hiermee kan worden geopend en de woningen met de auto te bereiken zijn en eisers sub 2 tot en met 5 weer hun recht van erfdienstbaarheid kunnen uitoefenen,
7.3.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van € 500,00 per niet geactiveerde slagboompas aan eisers sub 2 tot en met 5 voor iedere dag dat niet aan het onder 7.2 gevorderde wordt voldaan, dit met een maximum van € 50.000,00,
7.4.
beveelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. om ervoor zorg te dragen dat binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de percelen van eisers sub 2 tot en met 5 weer op het rioolnetwerk zijn aangesloten en aangesloten blijven,
7.5.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van € 500,00 per perceel aan eisers sub 2 tot en met 5 voor iedere dag dat niet aan het onder 7.4 gevorderde wordt voldaan, dit met een maximum van € 50.000,00,
7.6.
beveelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. de woningen van eisers sub 2 tot en met 5 aangesloten te laten blijven op water en elektra, tenzij in rechte anders wordt geoordeeld,
7.7.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. hoofdelijk tot betaling van een dwangsom van € 500,00 aan eisers sub 2 tot en met 5 voor iedere dag dat de percelen van eisers sub 2 tot en met 5 niet aangesloten blijven op water en elektra, dit met een maximum van € 50.000,00,
7.8.
veroordeelt de Belangenvereniging in de proceskosten, welke aan de zijde van [exploitatie en onroerend goed] c.s. worden begroot op nihil,
7.9.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. in de proceskosten van € 1.821,00, te betalen aan eisers sub 2 tot en met 5 binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In reconventie
7.10.
wijst de vordering af,
7.11.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. in de proceskosten van € 715,00, te betalen aan de Belangenvereniging binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
7.12.
veroordeelt [exploitatie en onroerend goed] c.s. tot betaling van € 278,00 aan nakosten, te betalen aan de Belangenvereniging c.s. binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [exploitatie en onroerend goed] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
7.13.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
7.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.