Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn fysiek en emotioneel veilig bij beide ouders en hier is zicht op;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een onbelast contact met beide ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een onbelast contact met elkaar;
- Het toekomstperspectief met betrekking tot de woon- en verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is helder;
- [minderjarige 1] heeft een onafhankelijk persoon, die los staat van haar beide ouders, bij wie zij haar verhaal kwijt kan.
- Ouders hebben inzicht in wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , gezien de complexe situatie met meervoudige problematiek waarin zij zich bevinden, van hen nodig hebben en wat zij daarin zelf kunnen betekenen.
6.De beslissing
uiterlijk op 14 april 2026via een briefrapport de kinderrechter, de (advocaat van de) moeder, de vader en de Raad te voorzien van de actuele stand van zaken in het kader van de ondertoezichtstelling, de ontwikkelingen in de situatie en het verloop en de resultaten van de hulpverlening;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.