Verdachte werd op 12 augustus 2025 samen met een medeverdachte aangehouden met ongeveer 2 kilogram heroïne in een auto onderweg van Frankrijk naar Nederland. Tijdens politiecontroles gooide verdachte pakketten met heroïne uit de auto. De verdediging voerde onrechtmatigheid van politieoptreden en gebrek aan wetenschap over de drugs aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist van de heroïne en bewust samenwerkte met anderen, waarmee medeplegen bewezen werd verklaard. Verdachte gaf wisselende verklaringen en noemde geen concrete namen of adressen, waardoor zijn verweer onvoldoende was. De rechtbank hield rekening met zijn jonge leeftijd en buitenlandse status bij de strafoplegging.
De officier van justitie vorderde 24 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank legde 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en rekende de tijd in voorarrest in mindering. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.