ECLI:NL:RBZWB:2025:8334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar administratieve verlenging huishoudelijke ondersteuning Wmo
Eiseres maakte bezwaar tegen de administratieve verlenging van haar indicatie huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk met het argument dat de ondersteuning was verlengd en eiseres geen procesbelang had. De rechtbank oordeelde dat eiseres wel procesbelang heeft omdat zij in de periode na 31 oktober 2022 zelf huishoudelijke hulp heeft ingekocht en daardoor schade kan hebben geleden.
De rechtbank stelde vast dat het college de administratieve verlenging niet op juiste wijze heeft gemotiveerd en dat een niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar op deze grond niet toelaatbaar is. De bezwaarfase moet worden benut om het gebrek in de besluitvorming te herstellen door alsnog te onderzoeken of eiseres recht had op huishoudelijke ondersteuning na 1 november 2022.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat het college inmiddels op het bezwaar heeft beslist. Wel was er sprake van overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure, waarvoor het college en de Staat een vergoeding van €500 aan eiseres moeten betalen. Het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen; vergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.