ECLI:NL:RBZWB:2025:8341

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
C/02/418229 / FA RK 24-291
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen ambtshalve beslissing over wijziging zorg- en contactregeling na meerderjarigheid minderjarige

Deze zaak betreft een informele rechtsingang over de wijziging van de zorg- en contactregeling tussen een minderjarige en zijn vader. De minderjarige is vertegenwoordigd door een bijzondere curator. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat fysiek contact met de vader voor de minderjarige nog te lastig is vanwege een intensief behandeltraject.

De bijzondere curator adviseerde om de druk op de minderjarige niet te verhogen omdat dit averechts zou werken. Beide ouders verzochten om aanhouding van de beslissing. De minderjarige gaf aan opnieuw in gesprek te willen met de kinderrechter, waarna verschillende opties werden besproken, waaronder het aanhouden van de zaak tot meerderjarigheid.

Omdat de minderjarige inmiddels meerderjarig is geworden, oordeelt de rechtbank dat hij geen belang meer heeft bij de wijziging van de zorg- en contactregeling en neemt daarom geen ambtshalve beslissing. De taak van de bijzondere curator wordt beëindigd en de zaak is daarmee afgesloten.

Uitkomst: De rechtbank neemt geen ambtshalve beslissing omdat de minderjarige inmiddels meerderjarig is geworden en geen belang meer heeft bij de wijziging van de zorg- en contactregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/418229 / FA RK 24-291
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
Nadere beschikking naar aanleiding van een informele rechtsingang over wijziging zorg- en contactregeling
naar aanleiding van de vraag van de minderjarige
[minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,
hierna te noemen [minderjarige] ,
wonende in [plaats 1] ,
in deze procedure vertegenwoordigd door
mr. [de bijzondere curator], als advocaat kantoorhoudende in [plaats 1] , in haar hoedanigheid als bijzondere curator over [minderjarige] , hierna te noemen: de bijzondere curator.
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. M. Czarnota in Oosterhout,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat: mr. E. van Nuenen-Meulesteen in Hilvarenbeek,
De Raad voor de Kinderbescherming Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de procedure.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop van deze zaak blijkt uit de volgende stukken:
  • de beschikking van deze rechtbank van 24 september 2024 en alle daarin genoemde stukken;
  • de brief van 28 oktober 2024 van de bijzondere curator;
  • het op 19 november 2024 ontvangen e-mailbericht van mr. Czarnota;
  • het op 19 november 2024 ontvangen e-mailbericht van mr. Van Nuenen-Meulesteen;
  • het op 1 juni 2025 ontvangen e-mailbericht van [minderjarige] ;
  • het op 23 september 2025 ontvangen e-mailbericht van [minderjarige] .

2.De nadere beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst naar de inhoud van voormelde beschikking van 24 september 2024. De rechtbank heeft daarin overwogen dat is gebleken dat [minderjarige] en de vader elkaar weliswaar missen, maar dat het aangaan van (fysiek) contact met de vader voor [minderjarige] nog te lastig is. [minderjarige] doorloopt een intensief behandeltraject en heeft hierin nog stappen te zetten voordat hij eventueel kan werken aan contactherstel met zijn vader. Om zicht te houden op de verdere ontwikkelingen in het contact(herstel) tussen [minderjarige] en de vader, heeft de rechtbank de beslissing over de vraag van [minderjarige] pro forma aangehouden tot 29 oktober 2024 in afwachting van schriftelijk bericht van [minderjarige] en de advocaten van de ouders.
2.2.
Aan de orde is nog de vraag van [minderjarige] om de zorg- en contactregeling tussen hem en zijn vader, zoals vastgesteld door deze rechtbank bij beschikking van 21 april 2022, te wijzigen.
2.3.
In voormelde brief van 28 oktober 2024 heeft de bijzondere curator, kort samengevat, geconcludeerd dat zij van mening is dat het verhogen van de druk op [minderjarige] om te komen tot contact(herstel) vermoedelijk averechts zal uitwerken en er enkel toe zal leiden dat zij verder van elkaar verwijderd raken. De bijzondere curator vindt het daarom niet in het belang van [minderjarige] om hem te dwingen om te komen tot contact(herstel) met zijn vader.
2.4.
Beide ouders hebben vervolgens bij monde van hun advocaten op 19 november 2024 verzocht om de beslissing op de vraag van [minderjarige] aan te houden voor langere duur.
2.5.
Op de vraag van de griffier van de rechtbank op welke manier [minderjarige] graag wil dat deze zaak wordt voortgezet, heeft [minderjarige] op 1 juni 2025 per e-mail aangegeven dat hij graag opnieuw in gesprek wil met de kinderrechter. [minderjarige] is daarom aanvankelijk uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 15 juli 2025. Op verzoek van [minderjarige] is het gesprek nadien verplaatst naar 15 augustus 2025. Tijdens dit gesprek heeft de kinderrechter, kort samengevat, een aantal opties met [minderjarige] besproken over de manier waarop de rechtbank deze zaak kan afdoen. De rechtbank kan de zaak sluiten waarbij zij aangeeft dat zij niet zal overgaan tot een ambtshalve beslissing in deze zaak. De rechtbank kan ook een beslissing nemen in die zin dat zij zal bepalen -voor de periode totdat [minderjarige] meerderjarig wordt, te weten: tot 5 oktober 2025- dat de bestaande zorg- en contactregeling formeel niet meer geldt. De rechtbank kan tot slot de beslissing aanhouden totdat [minderjarige] meerderjarig is geworden, te weten tot: [geboortedag] 2025. Omdat de rechtbank enkel kan beslissen over een zorg- en contactregeling tussen een ouder en een minderjarig kind, zal de rechtbank in dat geval beslissen dat [minderjarige] geen belang meer heeft bij zijn vraag omdat hij inmiddels meerderjarig is geworden en dat de rechtbank om die reden niet zal overgaan tot een ambtshalve beslissing in deze zaak.
2.6.
Op 23 september 2025 heeft [minderjarige] per e-mail aan de griffier van de rechtbank doorgegeven dat de laatstgenoemde optie hem het beste lijkt, waarbij de zaak wordt aangehouden totdat hij meerderjarig is geworden en de rechtbank de zaak vervolgens zal afdoen met de beslissing dat [minderjarige] geen belang meer heeft bij zijn vraag, en dat de rechtbank om die reden niet zal overgaan tot een ambtshalve beslissing in deze zaak.
2.7.
De rechtbank overweegt, gezien het voorgaande, als volgt. [minderjarige] is inmiddels meerderjarig geworden. Gelet hierop heeft [minderjarige] , naar het oordeel van de rechtbank, zoals zij hiervoor al heeft uiteengezet, geen belang meer bij zijn vraag tot wijziging van de zorg- en contactregeling tussen hem en zijn vader. Om die reden zal de rechtbank niet overgaan tot een ambtshalve beslissing in deze zaak. Daarmee is deze zaak bij de rechtbank thans afgesloten.
2.8.
Nu de rechtbank een eindbeslissing zal nemen in deze zaak, zal de rechtbank de taak van de bijzondere curator in deze zaak als beëindigd beschouwen.
2.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
neemt naar aanleiding van de vraag van [minderjarige] geen ambtshalve beslissing in deze zaak;
3.2.
beschouwt de taak van de bijzondere curator in deze zaak als beëindigd.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.