Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 oktober 2025, gericht aan de rechtbank Oost-Brabant;
- de doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van
- de stelbrief van mr. Koop-Van Vliet van 20 oktober 2025;
- het bericht met bijlagen van mr. Koop-Van Vliet van 29 oktober 2025.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.Het standpunt van de belanghebbende
6.De beoordeling
dinsdag 31 maart 2026 PRO FORMA. De kinderrechter verzoekt de GI uiterlijk op genoemde pro forma datum schriftelijk verslag te doen over het verloop van de ondertoezichtstelling, de stand van zaken ten aanzien van het perspectiefonderzoek van de Raad, het verloop van de (opbouwende) contactregeling en haar standpunt over het resterende deel van het verzoek en het gewenste verdere procesverloop. Daarbij dient de GI een afschrift van dat verslag aan de advocaat van de moeder te zenden.
binnen één weekna ontvangst van het verslag van de GI te reageren, in het bijzonder of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan, dan wel of zij een nadere mondelinge behandeling wenst.
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.