Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
aantal uren werkstrafdat nog moet worden verricht op
96 uren;
binnen 3 maandenna 27 november 2025
moet worden voltooid;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant legde op 22 november 2024 aan de veroordeelde een werkstraf van 120 uren op, met vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. Veroordeelde heeft echter slechts 24 uren verricht. Op 7 mei 2025 besloot het Openbaar Ministerie tot omzetting van de werkstraf in vervangende hechtenis, waarvan de kennisgeving op 15 mei 2025 aan veroordeelde werd betekend.
De verdediging voerde aan dat het overlijden van de opa van veroordeelde en drukke school- en begeleidingsafspraken de uitvoering van de werkstraf bemoeilijkten. De inzet van veroordeelde tijdens de werkstraf was positief en hij wilde graag zijn toekomst verbeteren. De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering onderschreven deze omstandigheden en adviseerden om het bezwaar gegrond te verklaren en veroordeelde een laatste kans te geven.
De officier van justitie stemde in met het gegrond verklaren van het bezwaar en het bieden van een termijn van negen maanden om de werkstraf alsnog te voltooien. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat de omzetting terecht was, maar dat gezien de omstandigheden en de wens van veroordeelde om de werkstraf af te ronden, hem een laatste kans moest worden geboden.
De rechtbank bepaalde dat veroordeelde nog 96 uren werkstraf moet verrichten binnen drie maanden na 27 november 2025. Indien hij de werkstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende jeugddetentie van 48 dagen worden toegepast. De termijn wordt verlengd met de tijd dat veroordeelde onvrijwillig of ongeoorloofd afwezig is geweest.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van de werkstraf in jeugddetentie is gegrond verklaard en veroordeelde krijgt een laatste kans om 96 uren werkstraf binnen drie maanden te voltooien.