AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging naheffingsaanslagen omzetbelasting wegens toepassing vertrouwensbeginsel op livestreaming evenement
Belanghebbende, een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming, organiseerde een livestreaming evenement genaamd [conventie], waarbij toegang werd verleend tot uiteenlopende shows en optredens, waaronder muziek, theater en interactieve activiteiten met bekende streamers. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over het tweede en derde kwartaal van 2022, stellende dat het verlaagde tarief niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelt dat het evenement niet valt onder de gangbare betekenis van 'muziekuitvoeringen' of 'toneeluitvoeringen' zoals bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968, en dat het verlaagde tarief op grond van de wet niet van toepassing is. Echter, de inspecteur heeft vertrouwen gewekt dat het verlaagde tarief wel kon worden toegepast, zoals blijkt uit een besluit van 31 maart 2022 waarin een bredere uitleg wordt gegeven van het begrip 'show'.
Belanghebbende mocht redelijkerwijs op dit vertrouwen rekenen, waardoor het vertrouwensbeginsel van toepassing is. De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslagen, boetes en belastingrentebeschikkingen. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, inclusief kosten voor een tolk.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van een strikte uitleg van wettelijke begrippen, maar erkent dat toezeggingen van de inspecteur bindend zijn wanneer deze vertrouwen wekken bij belastingplichtigen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen, boetes en belastingrentebeschikkingen wegens toepassing van het vertrouwensbeginsel.
Voetnoten
1.Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (de Btw-richtlijn) .
2.Met uitzondering van peepshows en andere optredens die primair zijn gericht op erotisch vermaak.
3.Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112 (PB 2011, L 77) (de Btw-uitvoeringsverordening).
4.Zie HvJ 1 oktober 2020, C-331/19 (X), ECLI:EU:C:2020:786, punt 24 (en aldaar aangehaalde rechtspraak).
5.HvJ 4 juni 2015, C161/14 (Commissie/Verenigd Koninkrijk), ECLI:EU:C:2015:355, punt 25 (en aldaar aangehaalde rechtspraak).
6.Zie HvJ 1 oktober 2020, C-331/19 (X), ECLI:EU:C:2020:786, punt 30 (en aldaar aangehaalde rechtspraak).
7.Van Dale Online, 2025 Van Dale Uitgevers, raadpleegbaar via www.vandale.nl. Het betreft de woorden ‘uitvoering’ en volgend uit die omschrijving ‘muziekstuk’.
8.Nederlandse Encyclopedie 2025, raadpleegbaar via www.encyclo.nl. Het betreft het woord ‘toneeluitvoeringen’.
9.Van Dale Online, 2025 Van Dale Uitgevers, raadpleegbaar via www.vandale.nl. Het betreft het woord ‘toneelstuk’.
10.Besluit van 31 maart 2022, nr. 2022-6334, Staatscourant 2022, 9114.
13.Artikel 1, aanhef en onder c, juncto artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
14.Reisgegevens gebaseerd op de gegevens opgenomen in het register beëdigde tolken en vertalers.
15.€ 3.108 vermeerderd met € 127.
16.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de Awr.