De Raad handhaaft het verzoek. De Raad heeft zorgen over de belastbaarheid van moeder en haar vermogen om de juiste keuzes en beslissingen voor [minderjarige] te maken. Al jaren zijn er zorgen over de persoonlijke en gezondheidsproblematiek van moeder, de belastbaarheid en draagkracht van moeder en of zij voldoende kan aansluiten bij hetgeen [minderjarige] nodig heeft vanwege haar problematieken (hechting en trauma’s). Moeder heeft een belast verleden en heeft veel meegemaakt qua geweld met ex-partners. Moeder heeft door de jaren heen niet altijd de goede keuzes voor [minderjarige] gemaakt. Zo is zij ambivalent geweest omtrent het wonen van [minderjarige] . In 2022 waren [minderjarige] en moeder vertrokken naar een onbekende plek en waren zij onvoldoende bereikbaar voor de GI. Moeder wilde [minderjarige] niet terugbrengen en geen informatie delen over hoe het op dat moment met [minderjarige] ging en of zij veilig was. Dit heeft veel met [minderjarige] gedaan. Zodra zij was teruggevonden, liet zij veel fysieke en verbale agressie zien, zij was van streek en deed suïcidale uitspraken. Het is een grote zorg dat moeder [minderjarige] keer op keer aan een onveilige situatie heeft blootgesteld (o.a. met huiselijk geweld, onrust en spanningen) en dat het haar soms onvoldoende lukt om bij [minderjarige] aan te sluiten. De moeder geeft zelf aan dat ze niet in staat is om de juiste beslissingen over [minderjarige] te nemen en dat de GI dit beter zou kunnen. De moeder geeft aan dat het haar nu niet meer lukt om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. De Raad heeft de indruk dat de moeder de zaken niet kan overzien en dat het haar niet lukt om de afspraken voor [minderjarige] te regelen. De moeder geeft aan dat [minderjarige] zelfbepalend kan zijn en dat zij het simpelweg niet meer aan kan. De zorg van de Raad is dat wanneer de moeder aangeeft niet de juiste beslissingen over [minderjarige] te kunnen nemen, dit (ook) niet meer te willen en het niet te overzien, dat zaken niet tijdig voor [minderjarige] kunnen worden geregeld. De GI lijkt dit binnen de ondertoezichtstelling te hebben ondervangen door toch met de betrokken instanties zaken te regelen wanneer de moeder bijvoorbeeld uit contact gaat (in 2024 voor een halfjaar ongeveer), maar deze manier zorgt voor veel onrust en onduidelijkheid bij [minderjarige] . Uit de informatie binnen het huidige raadsonderzoek én de (hulpverlenings)geschiedenis, komt naar voren dat er bij de moeder sprake is van een patroon waarbij zij onvoorspelbaar kan zijn in haar gedrag. De moeder werkt momenteel mee aan de gemaakte afspraken en de plaatsing van [minderjarige] , maar
kan ook op ieder moment omslaan, haar eigen pad gaan bewandelen en uit contact gaan
met de jeugdbeschermers. Daarbij heeft de Raad zorgen over de dynamiek en de ouder-kind relatie tussen de moeder en [minderjarige] . Er lijkt sprake van een patroon van aantrekken en afstoten. De Raad maakt zich zorgen dat [minderjarige] zich hierdoor mogelijk onvoldoende gehoord en gezien voelt door haar moeder en zij de betrokkenheid vanuit haar moeder mist. Het is een zorg dat [minderjarige] momenteel niet naar school gaat en dat zij al sinds
medio maart 2025 niet meer op school is geweest. Ook heeft de Raad zorgen over het ontbreken van structureel en onbelast contact tussen de vader en [minderjarige] . Gedurende jaren is vader niet in het leven van [minderjarige] geweest, en er zijn zorgen over wat [minderjarige] van het huiselijk geweld toen haar ouders nog samen waren, heeft meegemaakt. De GI acht het nodig dat het gezag van de moeder over [minderjarige] wordt beëindigd. De moeder kan door haar eigen problematiek en door de chronische problematiek tussen haar en [minderjarige] niet stabiel en adequaat zorgen voor [minderjarige] en inschatten hoe haar te beschermen en positief bij te dragen aan haar ontwikkeling. Er is sprake van een zodanig ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] dat beëindiging van het gezag van moeder noodzakelijk is om deze bedreiging af te wenden. [minderjarige] heeft jarenlang te maken gehad met onrust en spanningen in de
opvoedsituatie bij de moeder en diens partner(s). [minderjarige] heeft veel wisselingen gekend in woonsituaties en zij heeft veel meegemaakt waaronder huiselijk geweld, mishandelingen en verwaarlozing. Het is moeder onvoldoende gelukt om [minderjarige] hiertegen te beschermen, zij heeft [minderjarige] ook in onveilige situaties gebracht.
Uiteindelijk is besloten dat het perspectief van [minderjarige] niet meer bij de moeder ligt,
maar dat zij verder zal opgroeien bij [hulpverlening] . De moeder geeft aan niet in staat te zijn om te beslissingen over [minderjarige] te kunnen nemen. De moeder heeft veel aan haar hoofd en is druk bezig met haar eigen leven. Gebleken is dat de moeder niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor haar aanvaardbare termijn weer te kunnen dragen. De aanvaardbare termijn voor [minderjarige] is verstreken. Ondanks dat er wel stappen zijn gezet binnen de ondertoezichtstelling blijft er onvoldoende verbetering komen. De moeder heeft onvoldoende kunnen profiteren van de hulp om haar situatie op orde te krijgen. De Raad is van mening dat een ondertoezichtstelling niet meer passend is. Voortzetting van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is niet in het belang van [minderjarige] , evenals het vrijwillig
kader, omdat [minderjarige] in beide juridische situaties afhankelijk is van de moeder als gezaghebbende ouder, terwijl de moeder geen dan wel onvoldoende invulling kan geven aan
het gezag. De Raad hoopt dat een gezag beëindiging [minderjarige] meer duidelijkheid biedt over waar ze mag blijven opgroeien, dat de zaken voor haar geregeld worden, dat zij weet waar
ze aan toe is in het contact met haar ouder(s) en ook vooral de focus kan hebben
op het goed onderhouden van dit contact met elkaar. In het belang van [minderjarige] moet de GI de voogdij over [minderjarige] krijgen. De Raad heeft overwogen of de biologische vader belast zou kunnen worden met de voogdij of het gezag (na erkenning) over [minderjarige] . Vader zou dit graag willen en [minderjarige] geeft ook aan dit te willen. De moeder is het hier niet mee eens, omdat er dan opnieuw een hele onrustige situatie voor [minderjarige] kan ontstaan en hij geen
verstandige beslissingen over haar zou kunnen nemen. De Raad acht het niet in het belang van [minderjarige] dat de vader belast wordt met het gezag gezien zijn beperkte betrokkenheid bij [minderjarige] . Zij hebben jarenlang geen contact met elkaar gehad, er zijn zorgen over zijn belast verleden en hetgeen [minderjarige] in het verleden met hem en moeder heeft meegemaakt én momenteel is er recent pas weer contact met elkaar maar dit is (nog) minimaal. De Raad acht de vader op dit moment dan ook niet in staat om beslissingen over [minderjarige] te nemen
Doordat de GI al jaren betrokken is, zij de juiste hulp voor [minderjarige] inzet en zij
momenteel weer goed in contact zijn met de moeder, acht de Raad het van belang dat
zij met de voogdij belast worden. Wel is het belangrijk dat zij met [minderjarige] in
gesprek blijven over haar zorgen omtrent de jeugdbeschermers, dat zij hierover
ook bij vertrouwenspersonen terecht kan en dat de huidige jeugdbeschermers (met [minderjarige] en de moeder) blijven kijken of zij nog voldoende in samenwerking en contact
met het gezin kunnen zijn.