ECLI:NL:RBZWB:2025:8393

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
C/02/431571 FA RK 25-605
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van eenhoofdig gezag in een zaak van ouderschap en gezagspositie

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende het gezag over twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De vrouw, die de kinderen alleen opvoedt, verzocht de rechtbank om het gezag over de kinderen aan haar alleen toe te wijzen, omdat de man, die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, niet betrokken is bij hun leven. De rechtbank heeft vastgesteld dat de man niet op de zitting is verschenen en dat hij geen verweerschrift heeft ingediend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vrouw in staat moet zijn om zelfstandig beslissingen te nemen over de kinderen, aangezien de man geen contact heeft met hen en niet bijdraagt aan hun opvoeding.

De rechtbank heeft de internationale bevoegdheid vastgesteld op basis van de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland en heeft het Nederlands recht toegepast. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het in het belang van de kinderen is dat de vrouw alleen het gezag heeft, omdat de man niet in staat is om beslissingen te nemen die in het belang van de kinderen zijn. De rechtbank heeft het primaire verzoek van de vrouw toegewezen en het subsidiaire verzoek afgewezen. De beslissing is openbaar uitgesproken door rechter mr. I. Sumner, in aanwezigheid van griffier mr. Reijerse.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/431571 / FA RK 25-605
datum uitspraak: 30 oktober 2025
beschikking betreffende gezag
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.M.G. Cox,
en
[de man],
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
hierna te noemen de man.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 30 januari 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- de publicatie in de Staatscourant van 26 juni 2025.
1.2. De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.
1.3. Na te noemen minderjarigen zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek
.Zij hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Wel hebben zij beiden een briefje gestuurd aan de kinderrechter en daarin hun mening kenbaar gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 18 augustus 2009 tot 2 maart 2017;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011 (hierna: [minderjarige 1] ),
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2013 (hierna: [minderjarige 2] );
- de vrouw bezit in ieder geval de Nederlandse nationaliteit;
- de man bezit in ieder geval de Irakese nationaliteit;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bezitten in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
-
primair:te bepalen dat de vrouw voortaan alleen zal zijn belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ;
-
subsidiair:te bepalen dat het gezag van de man van rechtswege is geschorst, dan wel een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht.

4.De beoordeling

Oproepingen
4.1.
De griffier van deze rechtbank heeft door middel van voormelde publicatie in de Staatscourant de indiening van het verzoek ter griffie bekend gemaakt onder mededeling van de termijn waarbinnen een verweerschrift kon worden ingediend en op welke datum de zitting plaats zou vinden. Binnen die termijn is geen verweerschrift binnengekomen en de man is niet verschenen op de zitting. De rechtbank is van oordeel dat de man op correcte wijze op de hoogte is gesteld van het verzoek en de zitting. Daarom zullen de verzoeken hierna verder worden beoordeeld.
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
4.2.
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter internationale bevoegd om te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag (artikel 7 lid 1 BrusselII
terVerordening). De rechtbank zal bij de beslissing op het verzoek van de vrouw het Nederlands recht toepassen (artikel 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag van 19 oktober 1996, Trb. 1997, nr. 299 (hierna: het HKBV 1996)).
Gezag
Gezagspositie van rechtswege
4.3.
Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek, dient te worden ingegaan op de vraag welk rechtstelsel dient te worden toegepast bij de vraag of beide ouders het gezag hebben over de kinderen. Gelet op de geboortedatum van [minderjarige 1] dient deze vraag voor hem te worden beantwoord aan de hand van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 5 oktober 1961, Trb. 1968, nr. 101 (hierna: het HKBV 1961). Ingevolge artikel 3 van dit verdrag dient een gezagsverhouding die van rechtswege voortvloeit uit de interne wet van de staat waarvan de minderjarige onderdaan is, in alle verdragsstaten te worden erkend. De rechtbank stelt vast dat [minderjarige 1] op dit moment in ieder geval de Nederlandse nationaliteit heeft, maar onduidelijk is welke nationaliteit(en) hij had ten tijde van zijn geboorte. Echter, op grond van lid 4 van artikel 30 van de Uitvoeringswet Internationale Kinderbescherming, Stb. 2006, 123 (hierna: de Uitvoeringswet) heeft vanaf het moment van de inwerkingtreding van het HKBV 1996 te gelden dat het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze niet reeds heeft, door dat verdrag wordt beheerst. Ingevolge artikel 16 lid 1 HKBV 1996 is vanaf de inwerkingtreding dan het recht van toepassing van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. [minderjarige 1] zijn gewone verblijfplaats was op het moment van inwerkingtreding van het HKBV 1996 in Nederland. Daarom is vanaf dat moment het Nederlands recht van toepassing. Nu partijen gehuwd waren op dat moment, betekent dat dat zij ingevolge het Nederlandse recht in ieder geval vanaf 1 mei 2011 van rechtswege beiden zijn belast met het gezag over [minderjarige 1] .
4.4.
Gelet op de geboortedatum van [minderjarige 2] is op de vraag welk rechtstelsel dient te worden toegepast bij de vraag of beide ouders het gezag hebben over haar het HKBV 1996 van toepassing. Ingevolge artikel 16 lid 1 HKBV 1996 is het recht van toepassing van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Nu [minderjarige 2] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is het Nederlands recht van toepassing. Op het moment van de geboorte van [minderjarige 2] waren partijen gehuwd, dat betekent dat zij van rechtswege het gezag over [minderjarige 2] hebben verkregen bij haar geboorte.
Inhoudelijke beoordeling van het verzoek
4.5.
De vrouw legt aan haar primaire verzoek ten grondslag dat de kinderen klem of verloren raken indien de vrouw niet bij machte is om alleen en zelfstandig de beslissingen te nemen die voor de kinderen van belang zijn. Verder stelt zij dat de wijziging van het gezamenlijk gezag ook anderszins in het belang is van de kinderen. De vrouw is op jonge leeftijd met haar ouders naar Nederland gekomen. De man heeft nimmer in Nederland verbleven. Na de geboorte van [minderjarige 2] heeft de vrouw enkele maanden met beide kinderen in Irak verbleven. In die periode bleek dat het huwelijk van partijen geen stand zou houden. De vrouw heeft de kinderen van jongs af aan helemaal alleen opvoed en er is al jarenlang geen enkel contact tussen de man en de kinderen. De vrouw weet ook niet waar de man verblijft en zij kan hem niet bereiken om met hem te overleggen over belangrijke zaken in het leven van de kinderen. De man heeft ook nooit uit eigen beweging contact opgenomen met zijn beide kinderen. Ook financieel draagt hij niets bij in de kosten van de kinderen. De vrouw kan geen toestemming verkrijgen van de man voor het reizen of voor de aanvraag van een nieuwe paspoort. Ook vreest zij voor problemen voor [minderjarige 2] bij de aanmelding voor het vervolgonderwijs. De man is niet op de hoogte van het leven van de kinderen in Nederland en welke belangrijke beslissingen in het leven van de kinderen genomen dienen te worden. Hij is niet meer in staat om aan te sluiten bij zijn kinderen en is ook niet bekend met de Nederlandse normen en waarden.
4.6.
De Raad heeft op zitting geadviseerd het verzoek van de vrouw toe te wijzen. De man is niet bereikbaar en zijn verblijfplaats is onbekend. Hij draagt niks bij, toont geen belangstelling in de kinderen en is niet in staat om in het belang van de kinderen besluiten te nemen. De vrouw moet in staat zijn om zelf belangrijke beslissingen te nemen ten aanzien van onder andere medische zaken, reizen en hun inschrijving op school. Verder staat de vrouw open voor contact tussen de man en de kinderen indien hij wel weer in beeld komt.
4.7.
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Ingevolge artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over minderjarigen aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders de kinderen klem of verloren zouden raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is.
4.8.
Uit de stukken het verhandelde op de zitting is gebleken dat de vrouw sinds de geboorte van de kinderen hen alleen opvoed en verzorgt. Dit volgt ook uit de brieven van de kinderen. Zij geven beiden aan dat hun vader hen nooit heeft opgevoed en hun moeder dit heeft gedaan. Sinds de geboorte van de kinderen heeft de vrouw slechts enkele maanden met hen en de man in Irak verbleven. De man is inmiddels voor de vrouw al meerdere jaren onbereikbaar en zij weet ook niet waar hij zich op dit moment bevindt. Hij laat ook zelf niets van zich horen en informeert niet naar de kinderen. Gelet op het voorgaande is het voor de vrouw niet mogelijk om met de man te overleggen over de opvoeding en verzorging van de kinderen en samen beslissingen over hen te nemen. Tevens maakt het voorgaande dat de man niet op de hoogte is van de ontwikkeling en de behoefte van de kinderen, waardoor hij naar het oordeel van de rechtbank ook niet in staat wordt geacht beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. Al het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de vrouw voortaan alleen het gezag heeft over de kinderen. De rechtbank zal daarom het primaire verzoek van de vrouw toewijzen.
4.9.
Gelet op de toewijzing van het primaire verzoek van de vrouw, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van haar subsidiaire verzoek. Dit verzoek zal worden afgewezen.
Brieven aan de kinderen
4.10.
Op de zitting is met de vrouw en haar advocaat besproken dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] het fijn zouden vinden als zij zelf terugkoppeling krijgen van de beslissing naar aanleiding van de door hen aan de kinderrechter geschreven brieven. De kinderrechter acht het ook belangrijk dat zij zelf de beslissing te horen krijgen, maar ook dat de overige betrokkenen weten wat de kinderrechter hierover aan hen terugkoppelt. Hierna zal de kinderrechter zich daarom tot [minderjarige 2] en [minderjarige 1] richten. Deze teksten zullen worden overgenomen in twee brieven, die naar hen worden gestuurd aangezien zij geen afschrift van de beschikking zullen ontvangen.
“Beste [minderjarige 1] ,
Het is heel fijn dat jij een brief hebt geschreven aan mij. In jouw brief heb je verteld dat jij graag wil dat jouw moeder het gezag over jou krijgt en dat zij dat alleen kan gebruiken. Ook heb jij verteld dat jouw vader nooit betrokken is geweest in jouw leven en jij geen band met hem hebt. Jouw moeder is degene die jou heeft opgevoed, verzorgd en ervoor heeft gezorgd dat jij nooit iets tekort bent gekomen.
Op 1 oktober zijn jouw moeder, met haar advocaat, en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming naar de rechtbank gekomen. Daar is het gezag over jou en [minderjarige 2] besproken. Ik heb naar iedereen geluisterd en ook jouw mening meegenomen in de beslissing. Jouw vader is al heel lang niet meer in beeld en ook niet bereikbaar. Daarom is het niet mogelijk voor jouw moeder om nog langer samen met hem beslissingen te moeten nemen over jullie. Ik heb daarom besloten dat vanaf nu alleen jouw moeder het gezag over jou zal hebben en dus alleen beslissingen kan nemen over jou.
Ik wil je bedanken voor jouw brief en wens je veel succes met alles.
Vriendelijke groeten,
Mr. I. Sumner”
“Beste [minderjarige 2] ,
Het is heel fijn dat jij een brief hebt geschreven aan mij. In jouw brief heb je verteld dat jij graag de achternaam van jouw moeder wil. Je hebt verteld dat je nooit bent opgevoed door je vader en dat je moeder altijd voor jou heeft gezorgd. Jij bent nooit iets tekort gekomen en vindt dat wij je moeder eigenlijk moeten belonen.
Op 1 oktober zijn jouw moeder, met haar advocaat, en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming naar de rechtbank gekomen. Daar is het gezag over jou en [minderjarige 1] besproken. Ik heb naar iedereen geluisterd en ook jouw mening meegenomen in de beslissing. Jouw vader is al heel lang niet meer in beeld en ook niet bereikbaar. Hierdoor is het niet mogelijk voor jouw moeder om nog langer samen met hem beslissingen te moeten nemen over jullie. Ik heb daarom besloten dat vanaf nu alleen jouw moeder het gezag over jou zal hebben en dus alleen beslissingen kan nemen over jou.
Ook is nog gesproken over jouw wens om de achternaam van jouw moeder te krijgen. Ik kan dat helaas niet regelen, maar jouw moeder zal met haar advocaat gaan kijken of het lukt om dit te regelen.
Ik wil je bedanken voor jouw brief en wens je veel succes met alles.
Vriendelijke groeten,
Mr. I. Sumner”

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat het gezag over de minderjarigen
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2013,
voortaan aan de vrouw alleen toekomt;
5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.