ECLI:NL:RBZWB:2025:8398
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- S.H. Stein
- M.E.I. Beudeker
- R.H.M. Pooyé
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse beoordeling wegens hoog recidiverisico
Veroordeelde is in april 2024 een ISD-maatregel opgelegd voor twee jaar, met een tussentijdse beoordeling door de rechtbank. Tijdens de zitting op 14 november 2025 is gebleken dat veroordeelde sinds februari 2025 in een kliniek verbleef, maar na een time-out wegens het niet naleven van afspraken weer terugkeerde naar de inrichting. De behandeling is niet goed van de grond gekomen, waardoor het recidiverisico hoog blijft.
De officier van justitie en veroordeelde zelf onderschrijven de noodzaak van voortzetting van de maatregel. Veroordeelde wenst een versnelde plaatsing in een geschikte woonvorm, bij voorkeur een gedooglocatie, maar wachtlijsten en zijn gedrag belemmeren dit. De rechtbank oordeelt dat voortzetting noodzakelijk is om maatschappelijke veiligheid te waarborgen en dat het niet aan haar is om voorwaarden te stellen aan woonplaatsing.
De rechtbank wijst het verzoek af om een termijn te stellen voor woonplaatsing en bevestigt dat de ISD-maatregel wordt voortgezet tot het einde van de looptijd, mede gezien het hoge recidiverisico en het belang van het traject naar zelfstandigheid en woonruimte.
Uitkomst: De ISD-maatregel wordt voortgezet vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van een geschikte woonvorm.