Op 14 oktober 2025 vond de zitting plaats bij de enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg, waar het klaagschrift van klager werd behandeld. Klager verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van vier katten die op 10 september 2025 in beslag waren genomen. Hij stelde dat de katten eigendom zijn van zijn vriendin en verzocht om teruggave aan haar.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat klager niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij niet de eigenaar van de katten is en het klaagschrift gericht is op teruggave aan een ander dan de indiener zelf. De raadkamer oordeelde dat de klaagschriftprocedure op grond van artikel 552a Sv niet voorziet in teruggave aan derden, en dat klager daarom niet-ontvankelijk is.
De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.