ECLI:NL:RBZWB:2025:8406

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-024729
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen katten

Klaagster heeft een klaagschrift ingediend tegen het strafvorderlijk beslag op haar telefoon en vier katten die onder beslagene waren ondergebracht. Zij stelt dat de katten haar eigendom zijn en tijdelijk bij beslagene verbleven, en verzoekt om teruggave van zowel de katten als de telefoon.

De officier van justitie verzet zich tegen het klaagschrift en wijst op het strafvorderlijk belang van het beslag, met name vanwege een lopend onderzoek in het kader van de Opiumwet. De raadkamer beoordeelt dat het onderzoek summier is en dat het beslag op de telefoon gerechtvaardigd blijft vanwege het waarheidsvindingbelang en de korte duur van het beslag.

De rechtbank oordeelt dat klaagster voldoende heeft aangetoond dat zij eigenaresse is van de katten en dat het onwaarschijnlijk is dat deze later verbeurd zullen worden verklaard. Gezien de goede gezondheid van de katten en de tijdelijke huisvesting, wordt het klaagschrift voor de katten gegrond verklaard en gelast tot teruggave.

De beslissing is dat het klaagschrift gedeeltelijk gegrond is: de katten worden teruggegeven aan klaagster, terwijl het klaagschrift voor de telefoon wordt afgewezen. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van vier katten aan klaagster en verklaart het klaagschrift voor de telefoon ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-024729
datum : 14 oktober 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster],
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E.A.G. van Acker, advocaat te Sint Jansteen (Maximiliaanstraat 9, 4564 EN Sint Jansteen),
hierna te noemen: de klaagster.
Beslagene is
[beslagene],[adres],
[plaats]

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 1 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 9 september 2025 onder klaagster een telefoon: merk Apple 16 Pro en onder beslagene 4 katten in beslag zijn genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, beslagene, klaagster en mr. E.A.G. van Acker als advocaat van klaagster gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat de katten onder beslagene in beslag zijn genomen, maar de katten zijn aantoonbaar eigendom van klaagster. Klaagster verbleef tijdelijk bij beslagene dus het gaat niet over langere tijd huisvesten. Uit het rapport van de dierenarts blijkt dat de katten in goede conditie waren en dat er zeker geen sprake was van verwaarlozing, hetgeen ook niet blijkt uit het dossier. Indien klaagster de katten terug krijgt gaan zij naar het adres van haar moeder, waar klaagster eveneens woonachtig is. Klaagster verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de katten aan haar terug te geven.
Onder klaagster is een telefoon in beslag genomen. Klaagster heeft de code van de telefoon gelijk gegeven dus het onderzoek aan de telefoon had al plaats kunnen vinden. Klaagster heeft de telefoon nodig voor allerlei administratieve zaken. Klaagster verzoekt om het klaagschrift gegrond te verklaren en de telefoon aan haar terug te geven.
De officier van justitie blijft bij het op 9 oktober 2025 schriftelijk ingenomen standpunt en verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren. Het openbaar ministerie is voornemens om klaagster en beslagene te vervolgen dus het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrecher later oordelend de katten verbeurd zal verklaren.
Met betrekking tot de telefoon stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de telefoon 1 maand geleden in beslag is genomen en dat een onderzoek door de politie enige tijd duurt. De telefoon is in beslag genomen op grond van waarheidsvinding, vanwege een onderzoek in het kader van de Opiumwet. De periode is nu niet zodanig dat het disproportioneel is. De officier van justitie verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in haar beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De rechtbank is van oordeel dat nu de telefoon van klaagster in beslag is genomen om de waarheid aan de dag te brengen en de duur van inbeslagname op dit moment niet dusdanig lang is dat dat als disproportioneel kan worden beschouwd; dit onderdeel van het klaagschrift ongegrond verklaard dient te worden.
De rechtbank is van oordeel dat klaagster ter zitting heeft aangetoond dat zij de eigenaresse is van de inbeslaggenomen katten.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de situatie van tijdelijke huisvesting waaronder de inbeslaggenomen katten zijn aangetroffen en de rapportage van de dierenarts waaruit naar voren komt dat de katten in goede gezondheid verkeerden, het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend, de verbeurdverklaring van de katten zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank dit onderdeel van het klaagschrift gegrond verklaren en gelasten dat de katten teruggegeven worden aan klaagster.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gedeeltelijk gegrond en gelast de teruggave van:
-Goednummer: PL2000-2025242798-2905472: Zwarte kitten met wit befje;
-Goednummer: PL2000-2025242798-2905474: Zwart met witte kitten met pluizige staart;
-Goednummer: PL2000-2025242798-2905475: Zwart met witte volwassen kat;
-Goednummer: PL2000-2025242798-2905775: Kitten, wit met zwart;
aan klaagster.
De rechtbank verklaart het klaagschrift voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is op 15 oktober 2025 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 15 oktober 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).