ECLI:NL:RBZWB:2025:8407

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-021580
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 533 SvArt. 535 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na sepot wegens te late proces-verbaal inzending

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten en inkomstenderving na een sepot in een zaak waarin hij werd verdacht van rijden onder invloed van alcohol. De officier van justitie had de zaak geseponeerd omdat de politie het proces-verbaal niet tijdig had ingezonden, niet vanwege gebrek aan bewijs.

Tijdens de raadkamerzitting werd vastgesteld dat verzoeker bekend had dat hij een voertuig had bestuurd na het drinken van vijf biertjes. De rechtbank oordeelde dat er geen gronden van billijkheid waren om vergoeding toe te kennen, omdat het sepot niet aan verzoeker te wijten was, maar de reden van het sepot niet lag in het ontbreken van bewijs.

Daarom werd het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand, inkomstenderving en forfaitaire vergoeding afgewezen. Tevens werd het verzoek tot een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift in de raadkamer afgewezen.

De beslissing werd op 28 oktober 2025 door rechter J.P.M. Hopmans uitgesproken in Middelburg. Tegen deze beslissing kan binnen de gestelde termijnen hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van een schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 96-002781-25
raadkamernummer : 25-021580
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg (Damplein 3, 4331 GC Middelburg),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 16 juni 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 907,50, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 3200,00, voor inkomstenderving;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 18 april 2025;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, verzoeker en mr. R.T.K. Davidse advocaat van verzoeker gehoord.
De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat verzoeker er van verdacht werd te hebben gereden onder invloed van alcohol. Er zijn aanwijzingen dat verzoeker alcohol minder snel afbreekt waardoor er gerede twijfel is bij het aantal ugl dat verzoeker heeft geblazen. Gezien deze omstandigheden is het de vraag of verzoeker veroordeeld zou zijn indien de zaak niet geseponeerd was. De advocaat van verzoeker stelt zich op het standpunt dat gezien deze omstandigheden er gronden van redelijkheid en billijkheid zijn om de door verzoeker gemaakte kosten te vergoeden en verzoekt de rechtbank het verzoek om schadevergoeding toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld er sprake was van een sepot omdat de politie het procesdossier niet tijdig had ingezonden en dat er op zitting wel een veroordeling was gevolgd, zodat het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het Openbaar Ministerie is op 18 april 2025 overgegaan tot een sepot omdat de politie het proces-verbaal niet tijdig heeft ingestuurd. Echter het proces-verbaal is wel tijdig opgesteld en aan het dossier toegevoegd. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoeker de kosten aan zichzelf te wijten had.
Dat de zaak tegen verzoeker is geseponeerd, maakt niet zonder meer dat hij recht heeft op schadevergoeding. De reden van het sepot dient tevens in de afweging te worden betrokken. De officier van justitie heeft besloten verzoeker niet verder te vervolgen omdat het proces-verbaal niet tijdig door de politie is ingezonden. De reden voor het sepot was niet gelegen in het ontbreken van bewijs. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier naar voren komt dat verzoeker bekent heeft dat hij een voertuig heeft bestuurd nadat hij 5 bier gedronken had. Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen gronden van billijkheid zijn om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen en zij zal het verzoek tot toekenning van een vergoeding afwijzen.
Nu het verzoek tot toekennen van een vergoeding wordt afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer af.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding af.
Deze beslissing is op 28 oktober 2025 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).