ECLI:NL:RBZWB:2025:8408
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde mishandeling en bedreiging ongegrond verklaard
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde dat vanwege de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging. De rechtbank heeft dit bezwaar beoordeeld in een besloten raadkamer na een hoorzitting met de veroordeelde, zijn advocaat en de officier van justitie.
De veroordeelde was veroordeeld voor mishandeling en bedreiging met zware mishandeling en had een voorwaardelijke taakstraf opgelegd gekregen. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf valt onder de categorieën waarbij DNA-onderzoek relevant kan zijn. Ook werden geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die het DNA-onderzoek onnodig maken, zoals een zeer gering recidivegevaar of disproportionele gevolgen van DNA-afname.
De rechtbank benadrukte dat uitzonderingen op de verplichting tot DNA-afname slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gelden en dat de omstandigheden van de veroordeelde, waaronder eerdere veroordelingen en de aard van het misdrijf, geen aanleiding geven tot een uitzondering. Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard en is de DNA-afname toegestaan.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard en de DNA-afname wordt toegestaan.