ECLI:NL:RBZWB:2025:8411

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-012097
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding rechtsbijstandkosten na intrekking klaagschrift gedeeltelijk toegewezen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 oktober 2025 een verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door verzoeker, tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand en reiskosten.

Het klaagschrift was ingetrokken nadat het in beslag genomen goed was teruggegeven, waardoor de procedure werd beëindigd. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het verzoek te behandelen omdat het klaagschrift bij haar in behandeling was geweest.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat vergoeding van de rechtsbijstandkosten passend was, maar de reiskosten niet. Verzoeker stemde hiermee in. De rechtbank vond het bedrag van € 711,48 aan rechtsbijstandkosten voldoende onderbouwd en billijk en wees dit toe. De reiskosten van € 16,57 werden afgewezen.

De beslissing werd genomen door rechter J.P.M. Hopmans en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandkosten van €711,48 toegewezen, reiskosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-012097
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1973 te [plaats],
wonende op het [adres],
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 7 mei 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 711,48, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 16,57, voor vergoeding van reiskosten;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen met uitzondering van de gevraagde reiskosten.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er een relatief gering verschil bestaat tussen het standpunt van verzoeker in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met verzoeker en de officier van justitie. Verzoeker heeft zich geconformeerd aan het standpunt van de officier van justitie. Verzoeker en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoeker en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie, mr. R.S Jacobs, aanwezig. Verzoeker is hierbij niet verschenen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd door intrekking van het klaagschrift, nadat het in beslag genomen goed was teruggegeven.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank.
De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 [1] geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv Pro ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 711,48is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 711,48, bestaande uit:
- €711,48 aan kosten van rechtsbijstand;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 711,48zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [verzoeker] onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.
Deze beslissing is op 28 oktober 2025 genomen door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 oktober 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.