ECLI:NL:RBZWB:2025:8412
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-profielbepaling ongegrond verklaard bij opzettelijk onttrekken minderjarige aan gezag
De veroordeelde, veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag, heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Zij stelde dat gezien de aard van het misdrijf en haar persoonlijke omstandigheden het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld in besloten raadkamer waarbij de veroordeelde niet is verschenen, maar wel vertegenwoordigd door haar advocaat. Het Openbaar Ministerie voerde aan dat geen uitzonderingssituatie aanwezig is en dat het DNA-onderzoek noodzakelijk is vanwege de ernst van het feit en de opgelegde voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat het misdrijf onder de Wet DNA valt en dat DNA-onderzoek van belang kan zijn bij dergelijke misdrijven. De persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder het ontbreken van recidivegevaar, werden niet voldoende geacht om afname te voorkomen. Gezien het systeem van de wet en de jurisprudentie dient terughoudendheid te worden betracht bij uitzonderingen. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.