ECLI:NL:RBZWB:2025:8427
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2023, die is vastgesteld op €317.000. De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de buurt als vergelijkingsmateriaal zijn gebruikt. Belanghebbende stelde dat de waarde op basis van de eigen verkoopprijs van de woning in 2021 lager zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsmethode de meest geschikte waarderingsmethode is, omdat de verkoop van belanghebbendes woning 21 maanden voor de waardepeildatum plaatsvond en daardoor minder representatief is voor de marktwaarde op de peildatum. De gebruikte referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en recent verkocht.
Verder is vastgesteld dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, waaronder het onderhoudsniveau. De rechtbank acht de toegepaste boven gemiddelde kwalificatie voor het onderhoudsniveau gerechtvaardigd op basis van concrete gegevens over uitgevoerde verbeteringen.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en wordt de aanslag OZB bevestigd. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard.