Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] BV, uit [plaats], belanghebbende
de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 333,33;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 666,67;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 113,37;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 113,38;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar € 182,50 aan griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden; en
- bepaalt dat de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) € 182,50 aan griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.