ECLI:NL:RBZWB:2025:8485
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris inzake verzoek tot onderzoekshandelingen in strafzaak
In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 3 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris. De verdachte, geboren in 1983 en momenteel gedetineerd, had via zijn raadsvrouw, mr. J.E. de Glopper, op 13 oktober 2025 verzocht om onderzoekshandelingen te verrichten, specifiek om het NIFP opdracht te geven voor een trajectconsult en een Pro Justitia onderzoek. De rechter-commissaris heeft dit verzoek op 5 november 2025 afgewezen. Het bezwaarschrift tegen deze beslissing is op 18 november 2025 ingediend en op 19 november 2025 behandeld door de rechtbank. De rechtbank heeft de verdachte, zijn raadsvrouw en de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, gehoord. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift ontvankelijk is, maar dat de rechter-commissaris terecht heeft geoordeeld dat er voldoende informatie in het dossier aanwezig is om te oordelen over de toerekenbaarheid van de verdachte. De raadsvrouw voerde aan dat de psychische toestand van de verdachte veranderd was en dat hij mogelijk psychotisch was ten tijde van zijn aanhouding. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat er geen bewijs was voor een psychose. De rechtbank concludeert dat de eerdere rapportages van het NIFP en de reclassering voldoende zijn om te oordelen over de toestand van de verdachte, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond.