ECLI:NL:RBZWB:2025:8485
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond tegen afwijzing verzoek Pro Justitia onderzoek wegens vermeende psychose verdachte
Verdachte verzocht de rechter-commissaris om het NIFP opdracht te geven een trajectconsult en een Pro Justitia onderzoek te verrichten naar zijn psychische toestand, vanwege vermoedens van psychotisch gedrag voorafgaand aan zijn aanhouding.
De rechter-commissaris wees dit verzoek af omdat het dossier naar zijn oordeel voldoende feiten en omstandigheden bevat om de toerekenbaarheid van verdachte te beoordelen. Verdachte tekende bezwaar aan tegen deze beslissing, stellende dat zijn psychische toestand was veranderd en dat hij mogelijk psychotisch was ten tijde van het vermoedelijke feit.
De rechtbank oordeelde dat eerdere rapportages van het NIFP en de reclassering, gecombineerd met de omstandigheden in het dossier, voldoende zijn om vast te stellen of er sprake was van een stoornis en de invloed daarvan op het feit. Daarom was nader onderzoek niet noodzakelijk en werd het bezwaar ongegrond verklaard.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 3 december 2025.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot een Pro Justitia onderzoek is ongegrond verklaard.