ECLI:NL:RBZWB:2025:8486
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen Woo-verzoek
Opposant diende een Woo-verzoek in op 9 augustus 2024 betreffende controle van de aangifte boekenonderzoek 2017. De staatssecretaris ontving het verzoek op 19 augustus 2024 en besloot op 17 september 2024, binnen de wettelijke termijn, maar maakte een tikfout in het besluit waardoor het jaar 2013 werd genoemd in plaats van 2017. Opposant diende op 25 september 2024 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen, maar dit beroep werd door de rechtbank op 10 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling van 9 september 2024 prematuur was en de staatssecretaris tijdig had beslist.
Opposant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat de tikfout in het besluit hem in verwarring bracht. De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, mede omdat de ingebrekestelling te vroeg was verzonden en opposant geen bewijs leverde dat het Woo-verzoek eerder was ontvangen. De rectificatie van 17 december 2024 bood opposant een nieuwe bezwaartermijn, waarvan hij gebruik heeft gemaakt, waardoor hij niet in zijn belangen werd geschaad.
De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van 10 april 2025 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op het niet tijdig beslissen van het Woo-verzoek wordt ongegrond verklaard.