ECLI:NL:RBZWB:2025:8486
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring van beroep inzake Woo-verzoek
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 2 december 2025, wordt het verzet van de opposant tegen een eerdere uitspraak van 10 april 2025 behandeld. De rechtbank had in die eerdere uitspraak het beroep van de opposant niet-ontvankelijk verklaard, omdat de staatssecretaris tijdig had beslist op het Woo-verzoek van de opposant. De opposant had een verzoek ingediend op 9 augustus 2024, maar de staatssecretaris had pas op 17 september 2024 beslist, wat volgens de rechtbank binnen de wettelijke termijn viel. De opposant voerde aan dat de staatssecretaris een fout had gemaakt in zijn besluit, waardoor hij in verwarring was geraakt over de inhoud van het besluit. De rechtbank oordeelt echter dat de prematuur ingediende ingebrekestelling van de opposant de reden was voor de niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is en dat de eerdere uitspraak in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat de opposant niet benadeeld is door de verwarring die is ontstaan.