ECLI:NL:RBZWB:2025:8508
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving een bijstandsuitkering die per 28 september 2023 werd ingetrokken vanwege het niet melden van werkzaamheden in de supermarkt van zijn zoon, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Het college vorderde een bedrag van €3.467,35 terug over de periode van 28 september tot en met 30 november 2023. Eiser maakte bezwaar, maar het college bleef bij zijn besluiten.
De rechtbank stelde vast dat het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden, zoals schoonmaak, kassawerkzaamheden en prijzen van producten, gemeld had moeten worden aan het college. Eiser had redelijkerwijs moeten weten dat hij deze werkzaamheden moest melden, mede door informatie in de bijlage bij de toekenningsbeschikking.
De schending van de inlichtingenplicht rechtvaardigde de intrekking van de bijstand omdat het college het recht op bijstand niet kon vaststellen zonder urenadministratie. De terugvordering was verplicht, daar geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Eiser stelde financiële nood te ervaren, maar dit werd niet onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid van hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering is ongegrond verklaard.