ECLI:NL:RBZWB:2025:8509
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Moerdijk
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in gemeente Moerdijk, welke was vastgesteld op €766.000 op de waardepeildatum 1 januari 2024. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en legde tevens de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2025 op.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en gebruikersoppervlakte voldoende vergelijkbaar waren. De heffingsambtenaar had de verschillen tussen de woningen inzichtelijk gemaakt, onder meer door afzonderlijke waarderingen voor de garage en dakkapellen en een correctie voor de ligging.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de minder gunstige ligging en dat de WOZ-waarde te hoog was in vergelijking met buurpanden en voorgaande jaren. De rechtbank verwierp deze stellingen, verwijzend naar de wettelijke waarderingsgrondslag die uitgaat van de waarde op de peildatum en het recht om eerdere waarderingen te corrigeren.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.