ECLI:NL:RBZWB:2025:8510
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op €1.271.000
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1933 met een gebruikersoppervlakte van 247 m2 en extra grond. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €1.271.000 en legde de aanslag OZB voor 2024 op.
Belanghebbende betwist de waarde en stelt dat deze maximaal €1.000.000 zou moeten zijn, mede vanwege het achterstallig onderhoud, de monumentale status en de ondoelmatige perceelvorm. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix op basis van vier referentiewoningen, waaronder een rijksmonument in dezelfde straat.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen, waaronder een neerwaartse correctie van 20% voor onderhoud en kwaliteit. De stellingen over perceelvorm en ligging leiden niet tot een lagere waarde. Ook het verschil met buurpanden en voorgaande jaren is niet relevant voor de waardering.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €1.271.000 blijft gehandhaafd.