ECLI:NL:RBZWB:2025:8538

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
02-434835 FA RK 25-2203
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205a BWArt. 1:205 BWArt. 1:206 BWArt. 1:5 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning minderjarige wegens beëindigde ouderrelatie en belangenafweging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van een bijzondere curator tot vernietiging van de erkenning van een minderjarige door verzoekster. Verzoekster had het kind erkend in de veronderstelling dat zij en de moeder een blijvende relatie zouden hebben, maar deze relatie is verbroken en verzoekster speelt geen rol meer als ouder.

De bijzondere curator diende namens het minderjarige kind een zelfstandig verzoek in tot vernietiging van de erkenning, waarbij werd benadrukt dat het belang van het kind gediend is met het in overeenstemming brengen van de juridische situatie met de biologische werkelijkheid. De moeder was niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het in het algemeen in het belang van het kind is om twee juridische ouders te hebben, in deze zaak het belang van het kind om de juridische situatie aan te passen aan de feitelijke situatie zwaarder weegt. De erkenning wordt vernietigd, waardoor het kind alleen een familierechtelijke betrekking tot de moeder behoudt.

De taak van de bijzondere curator wordt beëindigd, en de proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De griffier wordt opgedragen de beschikking aan de burgerlijke stand te melden.

Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door verzoekster wordt vernietigd en de juridische situatie wordt aangepast aan de feitelijke situatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/434835 / FA RK 25-2203
Datum uitspraak: 2 december 2025
beschikking over vernietiging erkenning
in de zaak van
[de verzoekster] ,
hierna: de verzoekster,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. A.P. van Stralen in Utrecht.
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
de minderjarige:
[minderjarige] ,geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019, hierna: [minderjarige] , vertegenwoordigd door mr. [de bijzondere curator] in haar hoedanigheid van bijzondere curator;
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats 2] .

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
  • de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 29 juli 2025 en alle daarin vermelde stukken;
  • een afschrift van de geboorteakte over [minderjarige] ;
  • het op 7 oktober 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator;
  • het op 7 november 2025 ontvangen aanvullende verslag van de bijzondere curator tevens zelfstandig verzoek met bijlage;
  • het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige] .
1.2
De verzoeken zijn mondeling behandeld op 10 november 2025. Bij die behandeling zijn gekomen de verzoekster met haar advocaat. Ook was aanwezig de bijzondere curator.
1.3
De moeder is juist opgeroepen, maar zij is niet gekomen.

2.De nadere beoordeling

2.1
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. [de bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.
2.2
Aan de rechtbank ligt nog voor het verzoek van verzoekster tot vernietiging van de erkenning van [minderjarige] door verzoekster.
2.3
De bijzondere curator heeft ter gelegenheid van haar aanvullende verslag ook een zelfstandig verzoek ingediend namens [minderjarige] om de erkenning door verzoekster te vernietigen.
2.4
Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:
- De moeder is op [geboortedag 1] 2019 te [geboorteplaats 1] bevallen van [minderjarige] .
- De moeder en verzoekster hebben vanaf 2021 een relatie gehad. Deze relatie is inmiddels verbroken.
- Verzoekster heeft op 1 augustus 2022 [minderjarige] erkend en staat als ouder geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] .
- De moeder heeft het gezag over [minderjarige] .
- Verzoekster, de moeder en [minderjarige] hebben allen de Nederlandse nationaliteit en hun gewone verblijfplaats in Nederland.
2.4
Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij heeft gedwaald ten tijde van de erkenning. Verzoekster heeft [minderjarige] erkend in de veronderstelling dat zij en de moeder de rest van hun leven bij elkaar zouden blijven. Inmiddels is echter de relatie verbroken en verzoekster heeft geen enkel contact met de moeder of met [minderjarige] . Hij heeft ook niets meer van verzoekster te verwachten in de hoedanigheid van ouder. Nu zowel verzoekster als de moeder beiden geen rol voor verzoekster zien, kan het belang van [minderjarige] meebrengen dat de erkenning wordt vernietigd. Daarmee wordt de juridische status eveneens in overeenstemming gebracht met de werkelijkheid, te weten dat alleen de moeder de ouder is van [minderjarige] en een ouderrol vervult.
2.5
De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat verzoekster geen rol meer speelt in het leven van [minderjarige] . Hoewel verzoekster [minderjarige] wel graag zou willen zien, ziet zij duidelijk geen rol voor haar als ouder in zijn leven. Daar komt bij dat zowel verzoekster als de moeder het in het belang achten van [minderjarige] dat de erkennig wordt vernietigd. Daarmee zou de juridische situatie in overeenstemming worden gebracht met de biologische werkelijkheid. De bijzondere curator heeft uiteindelijk besloten om namens [minderjarige] een zelfstandig verzoek in te dienen zodat in het belang van [minderjarige] een afweging van zijn belangen in deze procedure kan plaatsvinden. Voor deze afweging is in de beoordeling van het verzoek van de moeder geen plaats.
2.6
De rechtbank heeft geen kennis kunnen nemen van het standpunt van de moeder nu zij niet is verschenen op de mondelinge behandeling en zij ook niet schriftelijk heeft gereageerd op het verzoek. De rechtbank heeft wel kennis genomen van het standpunt van de moeder zoals de bijzondere curator dit heeft verwoord in haar verslag.
2.7
De rechtbank zal eerst het verzoek van de bijzondere curator beoordelen. De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 1:205a van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) staat onder andere dat een verzoek tot vernietiging van de door de moeder gedane erkenning op de grond dat de moeder niet de biologische moeder van het kind is, bij de rechtbank kan worden ingediend door het kind zal, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden. Op de vernietiging van de erkenning is artikel 1:205 BW Pro, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
In lid 4 van artikel 1:205 BW Pro staat dat het verzoek door het kind ingediend wordt drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.
2.8
[minderjarige] is nog minderjarig dus de bijzondere curator kan worden ontvangen in haar verzoek namens [minderjarige] .
2.9
De rechtbank overweegt dat verzoekster niet de biologische ouder is van [minderjarige] . Zij is na de geboorte van [minderjarige] in zijn leven gekomen. Tijdens haar relatie met de moeder van [minderjarige] hebben zij ervoor gekozen om verzoekster [minderjarige] te laten erkennen. Inmiddels is de relatie van de moeder en verzoekster verbroken en verzoekster speelt geen rol meer in het leven van [minderjarige] als ouder. Ook is niet te verwachten dat zij in de toekomst deze rol nog op zich zal nemen. Hoewel het in het algemeen in het belang is van een kind om twee juridische ouders te hebben, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is in deze zaak. Het belang van [minderjarige] dat de biologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie weegt hier zwaarder. Het verzoek van de bijzondere curator om de erkenning te vernietigen zal dan ook worden toegewezen.
2.1
Nu het verzoek van de bijzondere curator wordt toegewezen komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van het verzoek van verzoekster.
2.11
Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt, op grond van artikel 1:206 BW Pro, eerste lid, de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning zal [minderjarige] alleen in een familierechtelijke betrekking tot de moeder komen te staan en zal hij dan ook van rechtswege, op grond van artikel 1:5 BW Pro, eerste lid, de geslachtsnaam van de moeder behouden.
Beëindiging taak van de bijzondere curator
2.12
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
Proceskosten
2.13
Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
2.14
Dit betekent dat als volgt wordt beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
vernietigt de op 1 augustus 2022 in de gemeente Tilburg gedane erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019, door [de verzoekster] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2000;
3.2
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;
3.3
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.4
draagt de griffier op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
3.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025, in aanwezigheid van Boink, de griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.