Uitspraak
1.Het verloop van de zaak
2.De feiten
3.De vraag van [minderjarige]
4.De standpunten
5.De beoordeling
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund;
- de gezagdragende ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind;
- het kind en de gezagdragende ouders hebben onbelast contact met elkaar;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie);
- de nieuwe gezinssituaties zorgen gezamenlijk voor een goede basis voor de ontwikkeling van het kind.
- Welke hoofdverblijfplaats past het meest bij de belangen van [minderjarige]?
- Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders past het beste bij de belangen van [minderjarige]?
voorlopigbij de vader bepalen. Deze beslissing geldt totdat de kinderrechter definitief beslist op de vraag van [minderjarige] of de ouders hierover in gezamenlijk onderling overleg met [minderjarige], al dan niet in het kader van het UHA, hierover een afwijkende afspraak maken. Het is dan aan de ouders om samen met [minderjarige] te bepalen of en zo ja, in welke frequentie en op welke manier [minderjarige] en de moeder in de komende periode contact met elkaar zullen hebben.
6.De beslissing
voorlopigbij de vader is gelegen, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 5.16 is overwogen;
woensdag 26 augustus 2026 PRO FORMA, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA-rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulptraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;