ECLI:NL:RBZWB:2025:8553

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
25/5941
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake sluiting woning na ernstig geweldsincident

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 28 november 2025, wordt een verzoek om voorlopige voorziening behandeld. Verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. T. van Assendelft de Coningh, heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting van zijn woning door de burgemeester van Oosterhout. De sluiting is gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, na een ernstig geweldsincident waarbij verzoeker betrokken was. De burgemeester had de woning gesloten voor de duur van vier weken, maar verzoeker betwist de noodzaak en evenwichtigheid van deze maatregel.

De voorzieningenrechter heeft de zaak op zitting behandeld, waarbij de burgemeester vertegenwoordigd was door mr. M.M.J. Soeters. De rechter concludeert dat, hoewel er sprake was van een ernstig geweldsincident, de sluiting van de woning niet noodzakelijk en evenwichtig is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de burgemeester tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de woning niet langer gesloten blijft. De burgemeester wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten aan verzoeker, die in totaal € 1.814,- bedragen.

De uitspraak benadrukt de afweging tussen de openbare orde en de persoonlijke situatie van verzoeker, die met sluiting van de woning grote gevolgen ondervindt, vooral gezien zijn minderjarige dochter. De voorzieningenrechter stelt dat er alternatieve maatregelen denkbaar zijn en dat de burgemeester niet voldoende heeft onderbouwd dat sluiting van de woning noodzakelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5941
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 november 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. T. van Assendelft de Coningh),
en

de burgemeester van de gemeente Oosterhout, de burgemeester

(gemachtigde: M.M.J. Soeters).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Thuisvester uit Oosterhout.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het sluiten van zijn woning aan de [adres] (de woning).
1.1.
De burgemeester heeft de woning op en met ingang van 17 november 2025 voor de duur van vier weken gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet.
Op 19 november 2025 heeft de burgemeester dit besluit op schrift gesteld.
1.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 november 2025 op zitting behandeld. Verzoeker was hierbij niet aanwezig maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De gemachtigde van de burgemeester was ook aanwezig. De derde-partij heeft zich afgemeld voor de zitting.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Totstandkoming van het besluit

2. Verzoeker woont in de woning, die hij huurt van Stichting Thuisvester. In de woning staat naast verzoeker ook zijn minderjarige dochter ingeschreven.
2.1.
De burgemeester heeft een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen waarin staat dat op zaterdag 15 november 2025 omstreeks 05:06 uur naar aanleiding van een melding dat er werd geschoten op de [adres] door de politie een onderzoek werd ingesteld. Daarna is er een vuurwapen, munitie en verdovende middelen inbeslaggenomen en werden twee personen, waaronder verzoeker, aangehouden.
2.2.
In de bestuurlijke rapportage staat bij de bevindingen dat de politie een melding ontving dat de bewoner van de woning door het lint zou gaan en er een schot gehoord zou zijn. Daarna werd gemeld dat er een man met een vuurwapen voor de deur stond en dat door de man geroepen werd dat hij in de straat zou gaan schieten op een grijze Mercedes. Ook werd gemeld dat het wapen werd geladen.
Kort na de melding kwam de politie ter plaatse. Op de [adres] ter hoogte van de woning zagen zij twee personen naast een auto staan. Eén van de personen besloot weg te lopen van de politie, waarna een waarschuwingsschot werd gelost. Hierna werden beide personen aangehouden en overgebracht naar het politiebureau.
Verzoeker werd naast het voertuig aangehouden. In het voertuig werd op de grond bij de bestuurdersstoel een automatisch vuurwapen aangetroffen. Na onderzoek bleek dat dit wapen was geladen. In de auto werden ook een vlindermes en een bivakmuts aangetroffen. Bij fouillering van verzoeker werd in zijn jas een kogelpatroon aangetroffen.
Bij doorzoeking van de woning werd het volgende aangetroffen: een koperkleurig patroon, een zakje met wit poeder, meerdere verpakkingen zoals potjes met hennep, en 15 pillen in de kleuren groen en oranje.
2.3.
De burgemeester heeft naar aanleiding van de bevindingen die zijn beschreven in de bestuurlijke rapportage besloten om de woning met ingang van 17 november 2025 te sluiten voor de duur van vier weken op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet.
2.4.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit onder meer aan de hand van de gronden die verzoeker heeft aangedragen.
3.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is de burgemeester bevoegd om te woning te sluiten?
4. Op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
4.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel sprake is geweest van een ernstig geweldsincident, dat op zichzelf te relateren is aan de woning van verzoeker, en waardoor de openbare orde rond de woning ernstig is verstoord. De burgemeester is dan ook bevoegd om de woning te sluiten op grond van bovenstaande bepaling.
Mocht de burgemeester gebruik maken van zijn bevoegdheid?
5. De voorzieningenrechter zal beoordelen of de burgemeester tot sluiting van de woning heeft kunnen besluiten en toetst met name of de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenredig is.
5.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan sluiting van een woning in het algemeen een geschikt middel zijn om na een ernstig geweldsincident de openbare orde rond de woning te herstellen. Of de maatregel van sluiting in dit geval ook noodzakelijk en evenwichtig is, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met de gegevens die nu bekend zijn, te betwijfelen. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat blijkens de thans bekende feiten en omstandigheden, zoals die blijken uit het dossier, sprake is van een eenmalig incident. Dat verzoeker eerder slachtoffer was van een autobrand, waarbij meerdere auto’s zijn verbrand, acht de voorzieningenrechter geen relevant feit nu blijkens de toelichting ter zitting de burgemeester niet bekend is met de oorzaak van die brand en deze brand elders in [plaats] plaatsvond, zodat een relatie met de woning niet is te leggen.
5.2.
Verzoekers gemachtigde heeft aangevoerd dat verzoeker bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hem geen enkele blaam treft voor wat betreft de aanwezigheid van het wapen in de buurt van zijn woning. Hij stelt dat een vriend van hem, teveel had gedronken en midden in de nacht ruzie kreeg met de buurman en deze via de ring-deurbel begon te bedreigen. Verzoeker zou hem hiervan hebben proberen te weerhouden. De vriend heeft op enig moment zijn vriendin gebeld om een vuurwapen te komen brengen. Zo geschiedde en toen de dronken man het vuurwapen van de vriendin overnam, ging het wapen af en raakte een kogel de dakgoot van de woning. Volgens verzoekers gemachtigde is verzoeker na deze verklaring door de rechter-commissaris vrijgekomen uit het voorarrest.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat, als de door verzoeker gestelde toedracht na onderzoek blijkt te kloppen, de vriend de veroorzaker is van het incident en dat de situatie met diens aanhouding en de inbeslagname van het wapen is beëindigd. Dan zijn er andere maatregelen dan sluiting van de woning denkbaar.
De burgemeester wijst voor de noodzaak tot sluiting van de woning op enkele meldingen bij de politie dat verzoeker zou handelen in drugs en op het feit dat de auto van verzoeker in een andere straat in brand heeft gestaan. Het enkele feit dat er meldingen zijn gedaan aan de politie, onderbouwt niet dat er sprake is van een noodzaak om de woning op deze grondslag te sluiten.
5.4.
Daar staat tegenover dat de sluiting grote gevolgen heeft voor verzoeker. Stichting Thuisvester heeft de huurovereenkomst naar aanleiding van het besluit van de burgemeester buitengerechtelijk ontbonden en verzoeker zal dan enkele jaren niet meer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning in [plaats] , maar zal aangewezen zijn op particuliere verhuur. Dit terwijl de achtjarige dochter van verzoeker in [plaats] verblijft en naar school gaat. Daarnaast heeft het besluit van de burgemeester mogelijk familierechtelijke gevolgen voor verzoeker en zijn dochter.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en het bestreden besluit te schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de woning niet langer gesloten blijft.
6.1.
Gezien de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen.
De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde van verzoeker heeft het verzoekschrift ingediend en de zitting bijgewoond. Omdat elke proceshandeling een waarde heeft van € 907,-, bedraagt de vergoeding in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.804,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 november 2025 door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.