ECLI:NL:RBZWB:2025:8553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake sluiting woning na ernstig geweldsincident
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 28 november 2025, wordt een verzoek om voorlopige voorziening behandeld. Verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. T. van Assendelft de Coningh, heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting van zijn woning door de burgemeester van Oosterhout. De sluiting is gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet, na een ernstig geweldsincident waarbij verzoeker betrokken was. De burgemeester had de woning gesloten voor de duur van vier weken, maar verzoeker betwist de noodzaak en evenwichtigheid van deze maatregel.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op zitting behandeld, waarbij de burgemeester vertegenwoordigd was door mr. M.M.J. Soeters. De rechter concludeert dat, hoewel er sprake was van een ernstig geweldsincident, de sluiting van de woning niet noodzakelijk en evenwichtig is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de burgemeester tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de woning niet langer gesloten blijft. De burgemeester wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten aan verzoeker, die in totaal € 1.814,- bedragen.
De uitspraak benadrukt de afweging tussen de openbare orde en de persoonlijke situatie van verzoeker, die met sluiting van de woning grote gevolgen ondervindt, vooral gezien zijn minderjarige dochter. De voorzieningenrechter stelt dat er alternatieve maatregelen denkbaar zijn en dat de burgemeester niet voldoende heeft onderbouwd dat sluiting van de woning noodzakelijk is.