ECLI:NL:RBZWB:2025:8584

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
25/5963
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaarprocedure

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 8 december 2025 geoordeeld over een verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoeker had geen besluit of bezwaarschrift overgelegd, wat een vereiste is volgens artikel 8:81 Awb Pro om de inhoudelijke behandeling van een voorlopige voorziening mogelijk te maken.

Hoewel verzoeker drie e-mails met bijlagen heeft gestuurd waarin mogelijk besluiten uit mei 2023 en juni 2025 zijn opgenomen, blijkt niet dat er bezwaar is gemaakt of dat er een lopende bezwaarprocedure is. Verzoeker gaf aan vanwege intrekking van een machtiging geen toegang meer te hebben tot zijn dossier, maar dit ontslaat hem niet van de verplichting een kopie van het bezwaarschrift te overleggen.

De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet voldoet aan het connexiteitsvereiste en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bezwaarprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND- WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5963

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
5. Bij het verzoek was geen besluit of bezwaarschrift gevoegd. Met de brief van 20 november 2025 is aan verzoeker gevraagd om een kopie toe te sturen van het besluit waar hij het niet mee eens is en een kopie van het bezwaarschrift. In reactie op deze brief heeft verzoeker op 2 december 2025 drie e-mails met bijlagen toegestuurd. Daarbij heeft hij opgemerkt dat zijn Zivver-machtiging voor de conversatie met Veilig Thuis West-Brabant is ingetrokken, waardoor hij geen toegang meer heeft tot zijn eigen dossier. Hierdoor kan hij niet alle gevraagde stukken overleggen.
6. Uit de bijlagen in de e-mails kan worden opgemaakt dat er mogelijk in mei 2023 en/of juni 2025 een besluit is afgegeven. Uit de bijlagen blijkt echter niet dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt en/of dat er nog een bezwaarprocedure loopt op dit moment. Dat verzoeker mogelijk niet meer bij zijn dossier kan, maakt niet dat hij geen kopie van zijn bezwaarschrift zou kunnen overleggen. Dat bezwaar zal immers door hem zelf zijn opgesteld. Los van de vraag of er sprake is geweest van een besluit, is in ieder geval niet gebleken dat bezwaar is gemaakt. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een bezwaarprocedure, zoals hiervoor onder 4 genoemd, zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.