ECLI:NL:RBZWB:2025:8584
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 8 december 2025 geoordeeld over een verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoeker had geen besluit of bezwaarschrift overgelegd, wat een vereiste is volgens artikel 8:81 Awb Pro om de inhoudelijke behandeling van een voorlopige voorziening mogelijk te maken.
Hoewel verzoeker drie e-mails met bijlagen heeft gestuurd waarin mogelijk besluiten uit mei 2023 en juni 2025 zijn opgenomen, blijkt niet dat er bezwaar is gemaakt of dat er een lopende bezwaarprocedure is. Verzoeker gaf aan vanwege intrekking van een machtiging geen toegang meer te hebben tot zijn dossier, maar dit ontslaat hem niet van de verplichting een kopie van het bezwaarschrift te overleggen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet voldoet aan het connexiteitsvereiste en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bezwaarprocedure.