ECLI:NL:RBZWB:2025:8585

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/5131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 6:162 BWArt. 8 EVRMArt. 17 Grondwet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in schadeverzoek tegen gemeente Terneuzen

Eiser heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, stellende dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld en hij daardoor schade heeft geleden. Hij baseert zijn verzoek onder meer op artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).

De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet is gebaseerd op een onrechtmatig besluit, hetgeen een voorwaarde is voor de bestuursrechter om te kunnen oordelen over schadeverzoeken. Eiser heeft weliswaar diverse artikelen en omstandigheden opgesomd die volgens hem de onrechtmatigheid van de gemeente aantonen, maar heeft geen besluit overgelegd dat onrechtmatig zou zijn.

De rechtbank benadrukt dat zonder een onrechtmatig besluit de bestuursrechter niet bevoegd is om het verzoek te behandelen of om herstelmaatregelen op te leggen. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd en kan het verzoek niet in behandeling worden genomen.

De rechtbank wijst eiser erop dat hij zich tot de burgerlijke rechter moet wenden voor zijn schadeverzoek. Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, is geen griffierecht verschuldigd en eventueel reeds betaalde griffierechten zullen worden terugbetaald.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier A.J.M. van Hees op 8 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het schadeverzoek af, verwijzend naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5131

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het (schade)verzoek van verzoeker.
1.1
Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk

Beoordeling door de rechtbank

2. De bestuursrechter is onbevoegd om het verzoek te behandelen. Hierna wordt uitgelegd waarom de bestuursrechter onbevoegd is.
3. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot schadevergoeding onder andere artikel 8:88 van Pro de Awb ten grondslag gelegd. Hij stelt dat hij schade heeft geleden omdat de gemeente Terneuzen onrechtmatig heeft gehandeld. Hij verzoekt de rechtbank om verweerder te veroordelen tot herstelmaatregelen en betaling van een schadevergoeding.
Wat kan de rechtbank doen?
4. De rechtbank kan alleen een oordeel geven over een schadeverzoek als, voor zover hier van belang, er sprake is van schade als gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit. Uit het verzoekschrift blijkt niet dat er sprake is van een onrechtmatig besluit. Met de brief van 8 oktober 2025 is aan verzoeker gevraagd om te onderbouwen waarom hij van mening is dat de bestuursrechter bevoegd is te beslissen op zijn verzoek.
5. In reactie op de brief van 8 oktober 2025 heeft verzoeker gesteld dat het niet krijgen van de vereiste brede ondersteuning, het niet herstellen van administratieve fouten en het gebrek aan serieuze behandeling van zijn klachten heeft geleid tot schade. De rechter is volgens verzoeker bevoegd op grond van artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), artikel 8:1 van Pro de Awb en artikel 112 van Pro de Grondwet. Verzoeker heeft opgesomd dat er sprake is van handelingen van de gemeente die rechtstreeks zijn rechten en belangen hebben geschaad (artikel 8 van Pro het EVRM en artikel 17 van Pro de Grondwet), dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld (artikel 6:162 van Pro het BW) en de gemeente heeft gehandeld in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:2 van Pro de Awb). Daarbij heeft verzoeker aangegeven dat er sprake is van structurele en voortdurende schade die niet via de interne klachtenprocedure is opgelost. Ook heeft verzoeker gewezen op een aantal artikelen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet, de wet gemeenschappelijk schuldhulpverlening, de zorgverzekeringswet en de leerplichtwet.
6. De rechtbank stelt vast dat verzoeker diverse artikelen en omstandigheden heeft opgesomd waarom hij vindt dat de gemeente schadeplichtig is en de (bestuurs)rechter bevoegd is daarvan kennis te nemen. Verzoeker heeft echter geen besluit overgelegd dat onrechtmatig zou zijn. Zoals al meegedeeld in de brief van 8 oktober 2025 is de bestuursrechter bevoegd te oordelen over schade ten gevolge van een onrechtmatig besluit. Omdat geen onrechtmatig besluit is overgelegd door verzoeker, is de bestuursrechter niet bevoegd.
7. Ook over het verzoek om verweerder te veroordelen tot herstelmaatregelen kan de bestuursrechter niet oordelen. De bestuursrechter kan, zonder dat er een besluit ligt, geen opdrachten geven aan een bestuursorgaan.
8. Uit het voorgaande volgt dat voor verzoeker niet de bestuursrechtelijke weg open staat voor zijn verzoek. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd het (schade)verzoek van verzoeker te beoordelen. De bestuursrechter kan daarom het verzoek niet in behandeling nemen. Verzoeker zal zich tot de burgerlijke rechter moeten wenden.
9.
De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoeker een deurwaarder inschakelen. De rechtbank heeft het verzoekschrift daarom niet doorgestuurd naar de burgerlijke rechter.
Conclusie en gevolgen
10. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, is geen griffierecht verschuldigd. Voor zover verzoeker het griffierecht al heeft betaald, zal dit aan hem worden vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.