ECLI:NL:RBZWB:2025:8599
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WOZ-waarden en aanslagen onroerendezaakbelastingen door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedateerd 4 december 2025, wordt het beroep van een belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen beoordeeld. De heffingsambtenaar had de waarde van de onroerende zaak, gelegen aan [adres] te [plaats], vastgesteld op verschillende waardepeildata: € 436.000 op 1 januari 2019, € 454.000 op 1 januari 2020, € 793.000 op 1 januari 2021 en € 897.000 op 1 januari 2022. Deze waardevaststellingen leidden tot aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de jaren 2020, 2021, 2022 en 2023. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren van de belanghebbende ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 behandeld, waarbij partijen ter zitting een compromis hebben bereikt. Het compromis houdt in dat de WOZ-beschikkingen voor de jaren 2020 en 2021 in stand blijven, terwijl de WOZ-beschikking voor 2022 wordt verlaagd tot € 628.000 en voor 2023 tot € 626.000. Daarnaast is overeengekomen dat voor elk jaar de maximale dwangsom van € 1.442 wordt toegekend, vermeerderd met wettelijke rente bij te late betaling. De heffingsambtenaar moet ook het griffierecht van € 53 aan de belanghebbende vergoeden.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en kent de belanghebbende een totale proceskostenvergoeding van € 155,46 toe, inclusief reiskosten en verletkosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking.