Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van €25.000,- van veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van het zonder registratie afleveren van ketamine en het bezit van een vervalst reisdocument.
De rechtbank behandelde de zaak op meerdere zittingen en baseerde haar oordeel op onder meer Exclu-berichten tussen medeverdachten, bevindingen uit het dossier en de vondst van €10.000,- contant geld in de woning van veroordeelde. De verdediging betwistte de hoogte van het gevorderde bedrag en stelde dat uitbetalingen pas na verkoop plaatsvinden en dat veroordeelde slechts bij twee transporten betrokken was.
De rechtbank achtte bewezen dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had genoten uit twee ketaminetransporten van 425 en 525 kilogram. Uit een lijstje in een Exclu-bericht bleek dat veroordeelde een beloning van €12.500,- had ontvangen. Dit werd ondersteund door de contante vondst in zijn woning. De rechtbank stelde het ontnemingsbedrag daarom vast op €12.500,- en wees de rest van de vordering af.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht. Veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de staat te betalen, met een gijzelingstermijn van 250 dagen bij niet-betaling.