ECLI:NL:RBZWB:2025:865
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van €6.250,- van veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van het zonder registratie afleveren van ketamine en witwassen.
De rechtbank behandelde de zaak op meerdere zittingen en onderzocht of veroordeelde daadwerkelijk financieel voordeel had genoten van de bewezen verklaarde feiten. Hoewel uit het dossier bleek dat andere uitvoerders van de ketaminetransporten financieel beloond waren, ontbraken concrete aanwijzingen dat veroordeelde het gevorderde bedrag had ontvangen.
De rechtbank stelde vast dat de naam of Exclu-accountnaam van veroordeelde niet voorkwam in de documenten waarin betalingen werden bevestigd, in tegenstelling tot andere betrokkenen. Daarom kon niet worden vastgesteld dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten.
Op grond hiervan wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 14 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs dat veroordeelde het bedrag heeft ontvangen.