ECLI:NL:RBZWB:2025:8683
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- T.I. van Term
- C.F.E.M. Mes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen de sluiting van een huurwoning op grond van de Opiumwet
Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. A.J.J. Kreutzkamp, en de burgemeester van de gemeente Waalwijk, vertegenwoordigd door mr. F. Langenhuijsen. De zaak betreft de sluiting van de huurwoning van eiser op basis van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had op 21 maart 2025 een besluit genomen om de woning voor drie maanden te sluiten, wat eiser aanvecht. Tijdens de zitting op 8 december 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat de sluitingstermijn inmiddels was verstreken en dat de woning weer geopend was. Eiser verbleef tijdens de sluiting in detentie en is inmiddels op een ander adres ingeschreven. De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende heeft aangetoond welk doel hij met zijn beroep wil bereiken, en dat er geen procesbelang meer is. De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, wat betekent dat de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen deze mondelinge uitspraak.