ECLI:NL:RBZWB:2025:8695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Verlenging voorlopige ondertoezichtstelling minderjarigen wegens ernstige bedreiging ontwikkeling
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2020 en 2024, vanwege ernstige zorgen over hun opvoedsituatie en veiligheid. De kinderrechter bevestigde de rechtsmacht van de Nederlandse rechtbank en het toepasselijke Nederlandse recht.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de Gecertificeerde Instelling aanwezig. De moeder was tegen het verzoek en stelde dat de minderjarigen veilig zijn, terwijl de vader instemde met de verlenging vanwege zorgen over het gedrag van de moeder. De Gecertificeerde Instelling onderschreef de zorgen, onder meer op basis van signalen van school en eerdere meldingen van huiselijk geweld.
De kinderrechter oordeelde dat er geen nieuwe feiten waren om de eerdere spoedbeschikking te herroepen en dat de voorwaarden voor verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling nog steeds voldaan waren. Er is sprake van een acute en ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen door een verstoorde opvoedomgeving, huiselijk geweld en onvoldoende medewerking van de moeder aan hulpverlening. Daarom werd de voorlopige ondertoezichtstelling verlengd tot 20 februari 2026.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd tot 20 februari 2026.