ECLI:NL:RBZWB:2025:8704
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering door UWV
Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van het UWV over de toekenning van een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak vast dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen.
Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar en kende verzoeker met terugwerkende kracht een IVA-uitkering toe. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de proceskosten van verzoeker moest vergoeden, inclusief kosten voor rechtsbijstand en inschakeling van een derde, en stelde het totale bedrag vast op €1.016,19. Het griffierecht werd separaat door het UWV vergoed.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.016,19 aan proceskosten aan verzoeker.