ECLI:NL:RBZWB:2025:8707
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Broeders
- Tempel
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechters en medewerkers in civiele procedure
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen twee rechters, een gerechtsjurist en een senior administratief medewerker. Het verzoek tegen de niet-rechters werd niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen rechters kunnen worden gewraakt.
Het wrakingsverzoek tegen de politierechter werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, waardoor de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment van het verzoek.
Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter werd inhoudelijk beoordeeld. Verzoeker stelde dat tijdens de zitting onvoldoende tijd was besteed aan waarheidsvinding en dat er sprake was van ongelijke behandeling door het stellen van veel vragen aan hem. De rechter gaf aan dat verzoeker uitgebreid de gelegenheid had gekregen om zijn verhaal te doen en dat ook de andere partij kritische vragen kreeg.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom werd het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter ongegrond verklaard. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond, waarna de zaak wordt voortgezet.