Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:8714

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
02-811039-10
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak betrokkene

In deze zaak stond een ontnemingsvordering centraal die voortkwam uit een eerdere strafzaak met parketnummer 02-811039-10. De strafzaak werd op 20 september 2011 vonnis gewezen en is onherroepelijk. De ontnemingsprocedure werd aanvankelijk behandeld in 2012, maar vervolgens voor onbepaalde tijd aangehouden. Na hervattingen in 2022 en 2025 vond op 25 november 2025 een zitting plaats waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar maakten, terwijl betrokkene niet aanwezig was.

De officier van justitie vorderde niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering, aangezien betrokkene op 6 juni 2023 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vrijgesproken was van de ten laste gelegde feiten. De verdediging sloot zich hierbij aan en verzocht eveneens om niet-ontvankelijkheid.

De rechtbank oordeelde dat door de vrijspraak de grondslag voor de ontnemingsvordering is komen te vervallen. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd uitgesproken op 9 december 2025 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-811039-10
vonnis van de rechtbank van 9 december 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedag] 1987,
wonende te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. S. Splinter, advocaat te Rotterdam.

1.De procedure

Op 20 september 2011 is er onder bovengenoemd parketnummer vonnis gewezen in de strafzaak. Dat vonnis is onherroepelijk. De ontnemingszaak is behandeld ter zitting op 20 december 2012 en vervolgens voor onbepaalde tijd aangehouden.
De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 20 december 2022, waarna bij tussenvonnis van 3 januari 2023 het onderzoek ter zitting is heropend en vervolgens voor onbepaalde tijd is aangehouden. De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 25 november 2025. De raadsvrouw is ter zitting verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De officier van justitie mr. I.M.H. Masselink en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch van 6 juni 2023 vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

3.Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich aangesloten bij de officier van justitie en de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.

4.Het oordeel van de rechtbank

Nu betrokkene door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vrijgesproken is van de hem ten laste gelegde feiten, is de grond voor de ontnemingsvordering weggevallen. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot ontneming.

5.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. J.B. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.R. Tafazzul en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2025.
Mr. J.B. Polak is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.